Als op een winternacht een reiziger

Als op een winternacht een reiziger

Tijdens mijn vorige leesclubbijeenkomst bespraken we de postmoderne klassieker Als op een winternacht een reiziger (Se una notte d’inverno un viaggiatore, Engels vertaling If on a winter’s night a traveller) van de Italiaan Italo Calvino. De reacties op het boek waren nogal verschillend.

‘You are about to begin reading Italo Calvino’s new novel, If on winter’s night a traveler.’ Zo begint (de Engelse vertaling van) het boek. Is het een inleiding van de schrijver zelf die tot zijn lezerspubliek spreekt? Dat zou je denken. Naarmate het verhaal vordert, blijkt dat de jij-figuur echter de hoofdpersoon is. Het is dus een roman in de tweede persoon. Het is ook een soort raamvertelling. De jij beleeft dingen in de genummerde hoofdstukken, en na elk genummerd hoofdstuk volgt een hoofdstuk met een titel – de titel van het boek waarin de jij-figuur gaat lezen.
Eigenlijk wil de jij-figuur (ook soms Lezer genaamd), gewoon het boek If on winter’s night a traveler lezen, maar dit boek blijkt een misdruk te zijn, waardoor een stuk ontbreekt. Hij komt via de boekwinkel bij een boek – weliswaar met een andere titel, maar volgens de verkopers toch het boek dat hij eigenlijk aan het lezen was. Er is immers iets misgegaan bij de drukker. De Lezer gaat dit boek lezen, maar het blijkt een ander boek te zijn. Ook dit boek wordt door omstandigheden afgebroken, en de lezer komt via-via weer bij een ander boek terecht, maar dit is niet het boek dat hij zojuist las… en zo gaat het steeds weer.
Het gaat duidelijk om metafictie: het thema van het boek is het boek zelf (of beter: de relatie tussen schrijver en lezer). Dit levert situaties op die door sommige lezers als uiterst irritant worden ervaren, maar door andere weer als humoristisch of origineel. Niet alle hoofdstukken zijn even leesbaar. De leesbaarheid wordt verder verminderd doordat de absurditeit en complexiteit van het verhaal steeds meer toeneemt.

Maar lezen over lezen en lezers (zeker als de Lezer ook de jij is) is interessant, want het veroorzaakt een spel tussen de schrijver en de Lezer (en dus ook de lezer). Is het te volgen? Een paar voorbeelden.
De hoofdpersoon van het boek komt een Lezeres tegen, waarmee hij van gedachten over het gelezene wil wisselen, én waarmee hij tegen de frustratie van de onaffe boeken strijdt. Samen gaan ze op zoek naar… een boek. Dit eigenlijk eeuwig onbepaalde boek (de inhoud en de titel varieert immers steeds!) kan staan voor een schaduw uit de grotvergelijking van Plato van het Ultieme Boek, en het is deze graal waar de Lezer naar op zoek is. Dit doet denken aan een werk van Umberto Eco, een andere grote Italiaan. Net als in zijn De slinger van Foucault is in Calvino’s werk ook sprake van een duizelingwekkende en steeds veranderende samenzweringstheorie en blijft onduidelijk of bepaalde zaken echt of niet echt bestaan. Zo is er sprake van een Schrijver of Verteller die het mythische verhaal kent (en misschien heeft geschreven en uitgegeven) en waarvan in het midden blijft of hij bestaat, maar die door velen wordt gezocht. Even ongrijpbaar is de Lezeres zelf. Deze figuur komt, zoals gezegd, de Lezer al in het begin tegen, maar de identiteit van de Lezeres is even veranderlijk en discutabel als de mysterieuze boeken.
Een ander voorbeeld van het metafictieve zijn de beginnetjes van de boeken zelf. In deze gedeeltelijke verhalen is steeds (al dan niet expliciet) sprake van een lees- of lezersmotief. Elk verhaal correspondeert waarschijnlijk met een visie op het lezen. Deze visies komen trouwens terug in het een-na-laatste hoofdstuk, waarin daadwerkelijke lezers in een bibliotheek hun visie op het lezen geven.
Een laatste voorbeeld is het spel van het boek van Italo Calvino, If on winter’s night a traveler, zelf. Het is a) het boek dat daadwerkelijk voor je ligt; b) de ‘graal’ waar de Lezer niet bij kan – omdat hij zelf in het verhaal zit! – maar waar de echte lezer (en niet te vergeten de schrijver) wel macht over heeft, omdat zij behoren tot een hogere werkelijkheid; c) een van de boeken in het boek, een van de schaduwen in de grot van Plato, en het boek dat de hoofdpersoon aan het eind van het boek dichtslaat om vervolgens het bedlampje uit te doen. En wellicht zijn er nog andere identiteiten aan te verbinden…

Voor de een is dit boek een hels doolhof, voor de andere een interessante puzzel. En net als puzzels denk ik dat zo’n boek gezond is voor je hersens. Je moet niet te veel van zulke boeken achter elkaar lezen, dat wel. Daarom ben ik op dit moment al weer lekker aan het wegdromen bij de meeslepende proza van Haruki Murakami – maar daarover de volgende keer.

If on a winter’s night a traveller   door Italo Calvino

(Vintage Books, London – 1998; vert. van Se una notte d’inverno un viaggiatore door William Weaver)

Foucault’s pendulum   door Umberto Eco

(Secker & Warburg, London – 1989; vert. van Il pendolo di Foucault door William Weaver)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk