Gevonden voorwerpen

[Lees/print als pdf]

Ter gelegenheid van Kinderboekenweek 2018 – thema Vriendschap

Gevonden Voorwerpen

Illustratie: Pieter Brouwer

Myra

Myra had geen moeder. Die was gestorven in een verkeersongeval toen Myra een half jaar was. Myra kon zich haar natuurlijk niet meer herinneren, maar een foto van haar moeder hing op haar slaapkamer. Als ze boos was op papa, ging ze naar haar kamer en vertelde aan haar moeder waarom papa gemeen was. Haar moeder was het altijd met haar eens.

Volgens papa

Lees verder: Gevonden voorwerpen

Moederliefde

[lees/print als pdf]

Straks komt Anne thuis van een driedaags schoolkamp. Moeder wil alles netjes hebben, het huis schoon, alles opgeruimd. Ze maakt zich zorgen. Ze hoopt zo hard dat haar kind ondanks alles heeft genoten van alle kampactiviteiten. Een laatste haal met de dweil, hard wringen en nu is de badkamer weer brandschoon. De grote zak met afval legt ze zo lang in het schuurtje. Buiten hoort ze gerommel. De warme lucht zet zich in beweging, de populieren beginnen te ruisen. Een donkere zwavelgele wolk verduistert de zon en er klinkt gerommel. Snel loopt moeder naar

Lees verder: Moederliefde

De teen

[lees/print als pdf]

Hieronder volgt het verhaal ‘De teen’.

‘And the motto?’ ‘Nemo me impune lacessit.’ ‘Good!’ he said.

(The Cask of Amontillado – Edgar Allan Poe)

De hoofdpersoon van ons verhaal tuurt door het oculair van zijn Bresser Biolux naar de amoeben. Het gaat om een nieuwe soort: Acanthamoeba xenofagus. De vakpers had er vol van gestaan, maar ook de grote dagbladen en het tv-journaal ruimde er ruimte en tijd voor in, en onze hoofdpersoon – de ontdekker van de soort – mocht als tafelgast aanschuiven bij een populaire, links-elitaire avondshow. Daar omschreef hij de amoebe

Lees verder: De teen

Het gebreide dekentje

Wat was dat? Patricia schrikt op en rent naar de woonkamer, de plek waar het stommelende lawaai vandaan kwam. Onderaan de spiralende trap ligt haar moeder. Terwijl ze zich zwijgend probeert op te richten, komt ook Huub naar binnen rennen. Haar moeder kijkt nog met een verwilderde blik om zich heen wanneer Patricia op haar toeloopt en neerknielt. ‘Gaat het?’ ‘Ik – ik struikelde.’ Huub, de klusjesman pakt een klein gebreid dekentje op, dat vlak achter moeder op de trap ligt. Patricia kan zich niet herinneren dat dekentje eerder te hebben gezien. ‘Mama,’ zegt ze, ‘je moet ook geen dingen

Lees verder: Het gebreide dekentje

Mist

‘Ze zeggen dat ik een escapist ben, dat ik wegloop voor de realiteit. Is dat echt zo?’ Ik sta weer in mijn tuin, de platte steen waaronder de kabouter woont, houd ik omhoog. Hij strijkt door zijn baard en kijkt me bedenkelijk aan. ‘Tja,’ zegt hij, ‘ze verwijten mij vaak dat ik een realist ben. Maar ik denk dan: wat is nu eigenlijk het verschil tussen jouw en mijn wereld? Waarom doen sommige kabouters – en eh mensen – daar zo moeilijk over.’ Peinzend staan we daar – ik gebogen, de kabouter staand, maar met de schouders naar beneden. De

Lees verder: Mist

Straatorgelvrouwtje

Het is weer heerlijk weer, dus de ramen staan weer open, de balkonstoelen zijn weer buiten gezet… en het orgelvrouwtje is weer aan haar seizoen begonnen. Elke ochtend word ik gewekt door de orgelklanken om 7 uur ’s ochtends, die de kerkklokken van de naast ons huis gelegen kerk ruim overstemmen in de vorm van liederen als Tulpen uit Amsterdam, Ole ole ole ole (of hoe het ook heet), Het smurfenlied, Het kleine café aan de haven en andere hoogtepunten uit de al dan niet Nederlandse muziekgeschiedenis.

Snel kleed ik me aan, ontbijt en ga buiten op het balkon zitten

Lees verder: Straatorgelvrouwtje

Kinderdroomsprookje

Morpheus staart mij aan – net echt: van inkt en verloopkleurtjes en papiervezels. Het twinkelingetje in zijn zwarte ogen beweegt en hijzelf ook. ‘Cavia Magistra,’ zegt hij, ‘wat doe je in mijn Droomkasteel?’ Ik kijk om me heen en zie het interieur – precies zoals in de strip. ‘Uhm… ik droom, niet?’ zeg ik. Morpheus staart mij aan, maar zegt niks. En dan schiet mij te binnen waarom ik daar ben. Met een soepele beweging haal ik een 25-delige Brittanica-encyclopedie uit mijn tas. ‘Kijk, hier staat alles in wat u wilt weten, meester. Wacht, ik zal u eens opzoeken.’ Ik

Lees verder: Kinderdroomsprookje

Glad

Elke dinsdag ben ik op reis – eerst met de trein, dan te voet. Mijn doel is een gebouw waar ik mijn hersenen behoor te vergroten om vervolgens eventueel een baan met geld te vinden. In nachtelijk (nou ja, eng-vroege) Limburg over de gesmolten sneeuw stappend naar het treinstation, waar al enkele andere reizigers zich nog slapend staande houden. En dan de trits lichtjes die van ver naar je toe komen. Instappen, zitten en je weer in bed wanen. In slaap wiegelend door de roffelende bewegingen van de trein…

En nog steeds donker als de trein tegen de stuwwal tot

Lees verder: Glad

De straat

… die man daar, die voor het raam staat en naar beneden tuurt. Beneden lopen mensen op straat. Ze denken dat ze meer doen dan lopen, maar dat doen ze niet. Doelloos laten ze zich voorttrekken, geanimeerd pratend met de ander. Maar geanimeerd zijn ze niet. De man haat hen: dwazen – hoe kunnen ze niet in elkaar krimpen voor de zon, die hen reduceert tot niets? Ze denken dat de zon voor hen schijnt. Lafaards die niet in de zon durven kijken. Hypocriet.

De straat is koud en donker en van steen. Het maakt niet uit of de straat

Lees verder: De straat

Kort verhaal

Een paar dagen geleden heb ik dan eindelijk eens een kort verhaal geschreven. Leespubliek tot nu toe: alleen ik. Dat komt omdat ik bang ben. Ik vrees dat als mensen dat korte verhaal lezen, denken dat ik een psychopaat ben, of dat ze het gaan vergelijken met Woensdag gehaktdag of zo. Nee, ik houd het liever voor mezelf. Ik heb de papieren waar het op staat verstopt onder een geheim luik onder het vloerkleed, waar alleen ik van weet. Er staat bovendien nog een tafelpoot op. Het moest wel daar, want in de geheime gangkast is geen plaats meer. Nou

Lees verder: Kort verhaal