De straat

… die man daar, die voor het raam staat en naar beneden tuurt. Beneden lopen mensen op straat. Ze denken dat ze meer doen dan lopen, maar dat doen ze niet. Doelloos laten ze zich voorttrekken, geanimeerd pratend met de ander. Maar geanimeerd zijn ze niet. De man haat hen: dwazen – hoe kunnen ze niet in elkaar krimpen voor de zon, die hen reduceert tot niets? Ze denken dat de zon voor hen schijnt. Lafaards die niet in de zon durven kijken. Hypocriet.

De straat is koud en donker en van steen. Het maakt niet uit of de straat

Lees verder: De straat

Kort verhaal

Een paar dagen geleden heb ik dan eindelijk eens een kort verhaal geschreven. Leespubliek tot nu toe: alleen ik. Dat komt omdat ik bang ben. Ik vrees dat als mensen dat korte verhaal lezen, denken dat ik een psychopaat ben, of dat ze het gaan vergelijken met Woensdag gehaktdag of zo. Nee, ik houd het liever voor mezelf. Ik heb de papieren waar het op staat verstopt onder een geheim luik onder het vloerkleed, waar alleen ik van weet. Er staat bovendien nog een tafelpoot op. Het moest wel daar, want in de geheime gangkast is geen plaats meer. Nou

Lees verder: Kort verhaal

Waarom ouderen eerder sterven door babytaal

Ooit werden grootmoedertjes en grootvadertjes oud – zo oud dat ze stokoud waren en niet eens de tijd namen om te sterven. Dat was een lange tijd geleden: in de tijd dat er geen mensen geboren werden. De mensen waren er gewoon en bleven gewoon. De mensen verloren wel op een gegeven moment hun tanden en dan gingen ze beschuit eten. Op een dag klaagde grootvadertje: ‘grootmoedertje, waarom moeten we altijd beschuit met kaas eten. Ik zou wel eens beschuit met muisjes willen eten.’ Daarop antwoorde grootmoedertje ‘grootvadertje, je weet toch dat dat alleen kan als er een mensenbaby wordt

Lees verder: Waarom ouderen eerder sterven door babytaal

Werkloos

Vorige week was het erg druk en daarom is hier nu pas weer een column. Ik had namelijk veel sociale verplichtingen. U zegt ‘en werk’? Nee nee, ik ben werkloos, en daarom heb ik meer tijd om in de trein te zitten op weg naar sociale verplichtingen. O, nu gaat u me zeker beschuldigen dat ik dan best een of twee of wel honderd columns in de trein had kunnen schrijven… Dan begrijpt u het verkeerd: ik neem mijn werkloosheid zeer serieus. Als een Oscar Wilde zit ik aan het treinraam met de linkerhand onder mijn kin en mijn ranke

Lees verder: Werkloos

Stof

Het is gewoon te banaal. Iedereen weet het: in december 2012 vergaat de wereld. Door een meteoriet nog wel. Op 25 november wisten de geleerden het zeker: er zou een meteoriet op aarde storten – niet op 23 december, maar op 5 december. Natuurlijk kreeg de rots uit de ruimte de naam Bolon, naar de Mayagod Bolon Yokte’ K’uh.

 

Massale zelfmoordacties, grote feesten, plunderingen, verkrachtingen. Op 5 december zit Adam Heertje op de wc. Het lichaam gaat door met wat het altijd heeft gedaan. Adam had honger, Adam moest naar de wc. Wat is een mooiere plaats om te

Lees verder: Stof

De wraak van Marten Hill

Lieve zuster, ik schrijf je deze brief met een gevoel van gelatenheid. Ik zal niet meer thuiskomen, en ik wil je bedanken voor je genegenheid. Ik ben niet meer bang voor de onnoembare dood die me te wachten staat, maar ik kan niet de tranen tegenhouden als ik eraan denk dat ik je nooit meer zal zien, o lieve zuster! Wat een kwelling dat mijn cipiers me juist dit als laatste hebben gelaten: een onbeschreven blad, een pen, een potje inkt en de opdracht mijn afscheid in woorden te schrijven. Dat, en dan alleen nog het wachten. Was het niet

Lees verder: De wraak van Marten Hill

Echo van tijd

De klok staat stil

(De klok slaat kil)

Het ademen gaat door

(De aderen gaan door)

Het verleden is een boek

(Het geleden is een vloek)

Het heden is telkens anders

(Het menen is telkens anders)

 

Onverwacht is de toekomst

Onverwacht wat mij toekomt

 

(Letterlik XII-2, 1998 (pub.))

Reizend haardvuur

De vrouw knikt vriendelijk naar me. Ze gaat tegenover me zitten. ‘Zo,’ zegt ze met een soort opluchting; haar gewicht rust nu op de nep-roodleren bank. Tevreden strijkt ze haar soepjurk recht. Ze kijkt geïnteresseerd naar me. Ik verwacht elk moment dat ze zal zeggen: ‘Goh, wat gezellig hier in de trein hè?’, maar ze blijft alleen kijken en zwijgt.

Aan de andere kant van het gangpad zitten twee studenten tegenover elkaar. Hoewel ze beiden slordige kleren aan hebben, denk ik niet dat ze bij elkaar horen. De ene kijkt verveeld naar het raam dat door de donkerte zijn gezicht

Lees verder: Reizend haardvuur