Collega baby

Foto: Marjolein van Herten

Mijn ondernemerskant heeft tot nu toe vaak op een laag pitje gestaan. Het tekstbureau heb ik in april al opgericht, maar het duurde natuurlijk even voor het ging lopen. Bovendien ligt hier al die tijd een baby in huis. Een baby, die eerst vooral veel poepte, huilde, sliep én spuugde. Nu slaapt en spuugt hij minder – maar ja, daar is weer van alles voor in de plaats gekomen. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het heerlijk om Karel in huis te hebben en kan echt genieten van elke lach, sparteling en wa-wa-lobl-lobl. Natuurlijk houd ik van hem. Veel meer dan van mijn eenmanszaakje.

Tot voor kort ging het zo: op de momenten dat Karel wakker was, ging ik met hem wandelen of met hem spelen. En als hij in de box of ergens op de grond lag hield ik hem op zijn minst continu en met mijn volle aandacht in de gaten. Ik kon tijdens zijn wakende momenten gewoonweg niet werken. Als hij sliep, rende ik naar de computer om even zo veel mogelijk te doen, hopend dat hij even lekker bleef slapen.

Ik weet het, dat is geen manier van werken. Mijn moeder zei het ook al: ‘leg dat mormeltje toch gewoon even weg – en als het huilt moet het er maar wennen dat het ook soms alleen moet spelen.’ Maar ja, dan breekt natuurlijk mijn vaderhart, al weet ik goed dat ik ook mijn eigen dingen moet kunnen doen terwijl Karel op is.

Pas ben ik dan ook begonnen met het trainen van Karel en mij. Karel met een berg speelgoed in de box of op de grond, ik achter de computer of in een boek. Het gaat soms best goed en ook heb ik wat dingen ontdekt. Zo werkt het als ik een muziekje op de achtergrond aanzet. Karel vindt het geloof ik ook leuk en ik let dan wat minder op elk geluidje van Karel. Ook werkt het als ik even wacht wanneer hij huilt – soms speelt hij na een beetje gehuil gewoon vrolijk verder.

Perfect gaat het nog niet, ik moet nog heel wat oefenen. Als ik een liedje hoor waar Karel en ik voorheen graag op dansten, dan kan ik het soms niet weerstaan Karel vanonder de bank op te vissen en met hem door de kamer te dansen. En als hij al zuchtend met een uiterst teleurgesteld gezicht naar het beeldscherm kijkt, waarachter papa leuk mag spelen met die lamp waarop van alles verschijnt als hij typt, ook dan is het moeilijk om hem niet uit te graven uit zijn speelgoed, en om hem dan achter zijn eigen toetsenbord te zetten.

De meeste kinderen gaan natuurlijk gewoon naar de kinderopvang, en daar is niks mee. Maar los van het feit dat het voor mij onbetaalbaar is, zou ik het ook niet over mijn hart kunnen verkrijgen Karel achter te moeten laten bij onbekenden, zonder dat je weet wat er dan met hem gebeurt en wat hij zelf allemaal doet. Dan zou ik al zijn vooruitgangetjes missen, en zou bang zijn dat de opvangmensen niet weten wat hij wel en niet mag, wel en niet leuk vindt – dat hij te weinig bomen ziet, te veel geweld op tv… Nee, voor mijn eenmanszaakje is het niet optimaal, maar dat ik op dít moment naar boven kan gaan om hem uit bed te halen, hem zelf kan knuffelen en troosten en wachten tot mama thuis is – daar kan geen baan tegenop.

(Origineel: Tips Werkende Ouders, 2011)

Geen reacties mogelijk