De doden als muzen

Père-Lachaise

Afbeelding: Christophe Civeton (Public Domain)

Een vrouw leest haar partner voor, zoals ze elke avond doet. Onbewust plukt ze een pluisje van zijn trui of streelt hem over het hoofd. Die indruk krijgen we als we in stilte een vrouw voor een graf op een stoel zien zitten. Ze leest voor, en veegt af en toe wat stof van de tombe. Het is zomaar een van de vele scènes in Forever.

Ook de striptekenaar Heuet is een van de bezoekers van de Parijse kunstenaarsbegraafplaats Père-Lachaise. Hij haalt Proust aan, die laat zien dat een mens door een toevallige gewaarwording zich opeens weer een kind of een ander mens kan voelen, en dat daar de eeuwigmakende kracht van de kunst in ligt. De indrukwekkende documentaire van de veel geprezen documentairemaakster Heddy Honigmann zelf is het bewijs van een dergelijk eeuwigheidsgevoel.

Forever gaat over hoe de doden voor de levenden zorgen. Het gaat over hoe kunst mensen kan obsederen en inspireren. Het gaat over de helende rust van een kerkhof, over mensen en hun emoties en over de beroemde kunstenaarsbegraafplaats in Parijs. Het gaat ook over dood, verdriet, liefde en alledaagsheid.

Allereerst is er de caleidoscopische werking van de verhalen van de mensen die de graven bezoeken: soms licht en alledaags, soms triest en aangrijpend, soms vurig en geïnspireerd. Dan is er de uit de graven geplukte muziek: van bekende musici als Chopin tot een ontroerend lied van een vergeten zangeres. En tenslotte de prachtige beeldimpressies van de begraafplaats en de mensen. Dit alles tot één aangrijpend genuanceerd geheel gemaakt.

Het is dan ook onbegrijpelijk hoe Ronald Ockhuysen in zijn vernietigende recensie Esthetische Valkuil op Cinema.nl deze film afdoet als slechts een simpele niet-spontane op de sentimenten van mensen inwerkende documentaire. De verhalen zijn echt, de mensen zijn echt, de gevoelens zijn echt. Steeds weer werd ik betoverd door de shots, zoals die van de Chinese pianiste die leek te refereren aan de in de film genoemde kracht van Mona Lisa, of die van de bezielde oratie van Stephane Heuet.

Het is een film die je aanzet tot denken en tot creativiteit, tot het lezen van Proust, het kijken naar portretten van Modigliani, het luisteren naar Chopin en eigenlijk alles wat je ooit nog zo graag wilde lezen, horen of zien – voor het niet meer kan.

(Oude weblog, 2006)

Geen reacties mogelijk