De Merlijntrilogie

Merlijntrilogie

Jaren geleden kreeg ik een tweedehands trilogie van een vriendin – de trilogie die in Nederland bekend staat als ‘de Merlijntrilogie’. Hoewel de flappen uit elkaar vielen en de boeken een metropool voor stofluizen vormde, leek het me leuk eens zo’n Arthurian romanreeks te lezen. De serie bestaat officieel uit vijf delen, bekend onder de naam The Merlin Series – geschreven in de jaren ’70 door Mary Stewart. De laatste twee delen handelen echter over andere personages dan Merlijn en zijn ook minder bekend.

Het eerste boek, De kristallen grot, behandelt de jeugd van Merlijn. De hoofdstukken zijn alle naar een dier genoemd: ‘de houtduif’, ‘de valk’, ‘de wolf’, ‘de rode draak’ en ‘de komst van de beer’. Deze dieren zijn de symbolen van belangrijke personages. Dit soort symboliek past goed in de vermeende stijl van Mary Stewart: een mystiek, kabbelend en lyrisch, romantisch verhaal met elementen van fantasy. In de jaren ’60 en ’70 was dit soort boeken erg populair, en de Merlijntrilogie was dan ook – naast de Lord of the Rings – een van de bestsellers uit die tijd.
Opvallend is dat het boek nu nogal gedateerd overkomt: vaag, zeer langdradig en nogal archaïsch zijn termen die in deze tijd de eerdergenoemde beschrijvende woorden zouden kunnen vervangen. Waar Tolkien uit het niets een geheel nieuw universum met de meest fantastische aspecten geloofwaardig heeft geschapen, zet Stewart een verhaal neer waarin de mythische elementen worden teruggebracht tot realistische. Soms is het daardoor meer een geschiedenisboek vol namen van mensen en plaatsen dan een lekker vlot lezend verhaal. Na 445 pagina’s is Arthur alleen nog als voorspelling in zicht, en is er verder weinig spannends gebeurd (ja goed, hij herbouwt Stonehenge). Ondanks dit alles krijgt de figuur Merlijn wel een goede, realistische invulling, en zijn de (wat mij betreft te weinig voorkomende) natuurbeschrijvingen sterk beeldend en sfeerscheppend – sfeer die helaas vaak weer wordt afgebroken door de ellenlange saaie dialogen.

De hoofdstukken van het tweede boek, De holle heuvels, hebben wat spannendere namen en beloven meer een queeste: ‘in afwachting’, ‘op zoek’, ‘het zwaard’ en ‘de koning’. Inderdaad is dit boek spannender dan het eerste. Merlijn ontwikkelt zich mijns inziens tot een manipulerende figuur die via anderen macht uitoefent en niet terugschrikt voor wat casualties. Dit alles voor het terugbrengen van het oer-Engeland van de mythische koning Bran. Niet alleen veroorzaakt Merlijn via het gemanipuleer de geboorte van deze ‘tweede Bran’, hij zorgt er ook voor dat hijzelf Arthurs indirecte pleegvader wordt en Arthur zal opgroeien tot koning.

Na het lezen van twee dikke pillen is Arthur nog steeds geen koning – laat staan dat er al bekende gebeurtenissen uit de Arthurlegenden hebben plaatsgevonden. Jammer voor lezers zoals ik, die Merlijn graag als een soort Gandalf zien – Merlijn is toch een stuk saaier dan deze laatste.

Enkele van de bekendere verhalen uit de Arthurlegenden komen wel aan de orde in het derde boek: De laatste betovering. Dit boek bestaat uit vier delen, genoemd naar belangrijke locaties in het verhaal: ‘Dunpeldyr’, ‘Camelot’, ‘Applegarth’ en de naam van de god waar Merlijn naar is genoemd: ‘Bryn Myrddin’. Hoewel Arthur in dit boek uitgroeit tot de legendarische koning, blijft vooral Merlijn in beeld – uiteraard, hij is de ik-figuur en verteller. Hij blijft de manipulator van machtige mannen en vrouwen, maar uiteindelijk neemt zijn kracht af en maakt hij fouten waardoor enkele tovenaressen steeds meer macht krijgen en deze gebruiken. Dit alles gebeurt echter achter de ‘coulissen’ van de bekende legenden.
Mary Stewart probeert in dit boek, maar ook in de andere twee, met alle macht te verklaren waarom de gebeurtenissen van de legenden zo zijn gebeurd. Mary Stewart was er heilig van overtuigd dat Merlijn en Arthur echt hebben bestaan. Soms wringt ze zich hiertoe in rare bochten, vooral waar het gaat om magische gebeurtenissen. Zo brengt zij het getover terug tot orakels, symbolische dromen en zelfs technische hoogstandjes (zoals de herbouw van Stonehenge), en dit kan nogal gekunsteld overkomen. Van mij hoeft dit ‘realisme’ niet zo, ik lees liever óf een historische roman óf fantasy, waarbij de geloofwaardigheid groter wordt naarmate duidelijker is bij welk genre ze horen.

De kristallen grot   door Mary Stewart

(Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 1980; vert. door Frans van Oldenburg Ermke; oorspr. The Crystal Cave, William Morrow, New York, 1970)

De holle heuvels   door Mary Stewart

(Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 1980; vert. door Frans van Oldenburg Ermke; oorspr. The Hollow Hills, Hodder and Stoughton Limited, London, 1973)

De laatste betovering   door Mary Stewart

(Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, 1980; vert. door Cath. van Eijsden; oorspr. The Last Enchantment, G. K. Hall & Company, Boston, 1979)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk