De schaakmachine

De schaakmachine

Een tijdje terug was een vriend van mij op bezoek. Hij had een boek bij zich dat hij wel iets voor mij vond – een historische roman over een beroemde automaton. Hij wist dat ik was geïnteresseerd in automatons – complexe mechanische poppen en dieren die met name in de Renaissance en daarna verwondering wekten bij het publiek. Eén van de bekendste is ‘de schaakturk’, een mechanische pop die zogenaamd kon schaken.

De schaakturk werd in 1770 door de edelman Van Kempelen in elkaar gezet. Het ging om een pop in de vorm van een Turk die aan een schaaktafel zat en echte schakers kon verslaan. Van Kempelen (en na zijn dood anderen die in het bezit van de automaton waren) trad er met veel succes mee op. Natuurlijk geloofde niet iedereen dat de pop echt kon denken – een van de critici was Edgar Allan Poe. Uiteindelijk kwam het bedrog aan het licht: in de tafel zat een mens die de Turk bestuurde en goed kon schaken.
De schaakmachine van de Duitse schrijver en poppenspeler Robert Löhr gaat over het ontstaan en de eerste voorstellingen van deze zogenaamde automaton. Een dwerg die de machine van binnenuit bestuurt, is de hoofdpersoon. Het is een boek vol intriges en zowel historische feiten als verzinsels. Zo is het bestaan van de dwerg verzonnen – in werkelijkheid is niet bekend wie de eerste ‘machinist’ van de Turk was.

Gewoonlijk houd ik niet van historische romans. Door De heren van de thee van Hella Haasse heb ik een trauma opgelopen en verwacht ik bij elke historische roman een woordenlijst achterin en een aaneenschakeling van jaartallen en namen in het verhaal zelf. De schaakmachine is gelukkig leesbaar en beperkt het aantal personages en jaartallen, maar ook onbekende termen (hoewel er veel historische kledingstukken worden genoemd). Het boek is in de eerste helft vooral technisch en psychologisch en vanaf de tweede helft steeds spannender (een beetje zoals de opbouw van Mannen die vrouwen haten van Stieg Larsson). De sfeerbeschrijvingen zijn wat mij betreft wat schaars en aan de korte kant, maar tussen de regels door krijg je toch een goed tijdsbeeld.
Aan het eind van het boek volgt nog een hoe-het-verder-ging-met-de-schaakmachine – een interessant non-fictief hoofdstuk, waarin naast Edgar Allan Poe, ook Beethoven, Mälzel (de uitvinder van de metronoom en een van de bezitters van de Turk) en Napoleon Bonaparte de revue passeren. In een nawoord vertelt de schrijver hoe hij het verhaal heeft geschreven en wat hij zelf bedacht heeft – iets dat in een historische roman wat mij betreft verplicht zou mogen zijn.

De schaakmachine   door Robert Löhr

(Karakter Uitgevers B.V., 2009 (vert. van Der Schachautomat (2005) door Henriëtte van Weerdt-Schellekens))

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk