Dood egeltje

In de rouw

Foto: Édouard Pingret (provided to Wikimedia Commons by the Bibliothèque municipale de Toulouse)‎

Daar lag hij, in de voortuin: een ziek egeltje. Hij ademde nog. Toen ik hem aanraakte deed hij een poging zich tot een bal op te rollen, maar dat lukte nauwelijks. Tussen zijn stekels zag ik teken zitten en vleesvliegen. Aflopende zaak, concludeerden Marjolein en ik. Maar hij lag daar wel erg onbeschut en in de felle zon. We brachten hem naar de achtertuin en legden hem voorzichtig onder een struik.

Karel vond de egel reuze interessant. We legden hem uit dat hij ziek was. Karel vond het ‘heel zielig’ en vond dat de egel ‘naar de dokter’ moest. Samen met hem brachten we het egeltje wat reepjes vlees en water. Het diertje reageerde er niet op. ‘Misschien wordt hij vannacht nog even actief en kan hij wat eten en drinken,’ zei ik nog, al geloofde ik er zelf ook niks van.

De volgende dag. ‘Kom Karel, we gaan naar het egeltje kijken.’ Enthousiast liep Karel de tuin in. ‘Daar’ wees ik. Een meter voor het struikje lag de egel – wel heel erg stil. Zijn laatste krachten had hij gebruikt voor een laatste wandeling. ‘Ach, het egeltje is dood,’ zei ik zachtjes. Karel keek me met grote, niet-begrijpende ogen aan. Maar hij snapte dat er iets niet goed was, en zijn gezichtje stond alsof hij elk moment kon huilen. ‘Dat is wel jammer, maar alle dieren gaan een keer dood.’ ‘Egel slaapt.’ ‘Karel, het egeltje wordt niet meer wakker. Hij kan nu niets meer zien en niets meer horen en ook niet meer bewegen. Hij slaapt alleen nog maar.’

‘Zullen we hem begraven? Als een dier dood is, kun je hem in de grond stoppen. Dan slaapt hij verder en dan verandert hij in bloemen.’ Karel knikte. ‘Dan moeten we eerst een gat graven.’ Ik haalde de steekschop uit de schuur en groef een gat – diep genoeg om grote, gravende dieren tegen te houden. ‘Zo.’ Voorzichtig legde ik het stekelige wiebelneusje in het gat, en vulde het weer met aarde. ‘Hier komen straks de bloemen. Zullen we er alvast een plukken er erop leggen?’ Met een ernstig gezicht plukten we de laatste anjer die vlak naast het graf groeide en legde die erop.

(De webspinner, 2013)

Geen reacties mogelijk