Dorrestijns natuurgids

‘Helaas moet ik beginnen met een waarschuwing: u hebt geen wetenschappelijk boek in handen. Het is zelfs niet populair-wetenschappelijk zoals de boeken van Midas Dekkers. Dit betreur ik.’

Bovenstaand citaat komt uit uhm… het derde van de acht voorwoorden van Dorrestijns natuurgids (opvolger van Dorrestijns vogelgids). Het citaat is kenmerkend – en het is kenmerkend dat er acht voorwoorden zijn. Het boek is namelijk allesbehalve traditioneel. Iemand die er snel doorheen bladert zal denken dat het inderdaad een natuurgids is: overal in de kantlijn staan fotootjes van dieren. Niks is minder waar. Jawel, alle dieren in de kantlijn worden genoemd in de lopende tekst, maar wie denkt een boek over interessante biologische gegevens te hebben gepakt heeft het mis. Dorrestijn gebruikt de dieren voor twee dingen: om over zijn liefde voor de natuur te praten, om over zijn levenservaringen met de wereld en de mensen daarin te vertellen, en om over zijn onervarenheid, kleinheid en zelfheid te mijmeren. Het lijkt alsof ik nu drie of zelfs wel vijf dingen heb genoemd, maar zoiets gebeurt als je teveel Dorrestijn leest.

Ergens in oktober: ik ga naar de bibliotheek van Maastricht en haal er wat boeken, waaronder genoemd exemplaar, dat ik vind tussen de veldgidsen; gewoon, leek me leuk.
13 november: Hans Dorrestijn blijkt een lezing te geven op de RAVON-dag, een dag voor liefhebbers van amfibieën en reptielen (wilde reptielen en amfibieën wel te verstaan). Ik was toen ongeveer op de helft van het boek en had al gelezen dat hijzelf een RAVON-fan was. Zelf was ik al een keer eerder met de RAVON mee geweest, dus ik liet de kans mijn boek te signeren en weer eens naar de RAVON te gaan mij niet ontgaan en reisde af naar Nijmegen (en ja, er ligt straks een gesigneerd boek in de bibliotheek van Maastricht).

De laatste lezing op de RAVON-dag was geen lezing, maar een filmpje waarin de maker liet zien hoe hij Amsterdamse (vooral ook allochtone) jeugd de natuur liet zien, in de vorm van reptielen. Ze mochten de diertjes pakken en bekijken, en er werd veel gepraat en gelachen. Na het filmpje stond Dorrestijn vooraan in het publiek op om boos te zeggen dat de Amsterdamse jeugd beter naar de disco kon en de natuur met rust moest laten. De maker van de film op het podium was not amused en de toon leek gezet.
Dorrestijn kwam toen na een korte introductie het podium op om als afsluiter van de dag over zijn boek te vertellen. Hij ging, dit keer op een humoristische manier, in op de onappetijtelijkheden van ‘de bioloog’ – deze kan de natuur alleen beschouwen door er doorheen te rauzen en alles te pakken. ‘Vandaag hebben de dieren gelukkig een vrije dag, omdat jullie nu hier zitten,’ zei hij. Natuur is dus om je over te verwonderen en om van een afstand te bekijken; dat blijkt ook uit zijn boek.

Het boek is leuk als je van natuur houdt zoals Dorrestijn dat doet. Het boek is ook leuk als je van voorwoorden houdt (zoals ik). Toch is het een boek dat je af en toe weg moet leggen, want te veel Dorrestijn achter elkaar worden wel wat saai en voorspelbaar. Lezen met mate dus: dan is het best een aardig boek.

Dorrestijns Natuurgids   door Hans Dorrestijn

(Nigh & Van Ditmar, Amsterdam – 2010)

(Lezen-kijken-luisteren, 2010)

Geen reacties mogelijk