Een bescheiden lenteaankondiging

vroegeling

Foto: Petr Filippov – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=1894887

Afgelopen herfst ben ik verhuisd van de binnenstad van Roermond naar Maasniel. Ik heb nu voor het eerst een echte tuin, maar die ligt er nog wat mistroostig en kalig bij. Exotische knoppen verraden exotische struiken en een deel van de bodem is bedekt met maagdenpalm. Die maagdenpalm was het eerste dat in mijn tuin bloeide – paarse stervormige bloemen tussen de sneeuw. Ik vrees dat veel van de exotische struiken en planten er deze lente uit gaan. Vooruit, de taxus laat ik wel staan en de uit de kluiten gewassen gouden regen ook – vogels moeten wel wat hebben om in te roesten.

Als u dit leest is het al lente – maar nu ik dit schrijf is het nog februari. De eerste tekenen van lente zijn voor mij de eerste wilde bloemen in mijn nieuwe tuin: een stoer klein kruiskruidje en een petieterig vroegelingetje. Stiekem vind ik die veel leuker dan die paarse maagdenpalm. Dat vroegeling niet alleen voor mij dé aankondiger van de lente is, blijkt uit de Engelse en Duitse naam: respectievelijk ‘spring draba’ (Draba is het geslacht) en ‘Frühlings-Hungerblümchen’.

Toen ik in de herfst verhuisde heb ik wel wat onkruid gewied: een massa uitgebloeide Canadese fijnstraal, giftige zwarte nachtschade en alomtegenwoordige zandraket. Die mogen er van mij best weer komen, maar niet zo massaal als eerst. Verder is de tuin nog een grote verrassing – gedurende de lente zullen de planten zich showen als in een van die talentenjachten op tv, en dan ga ik ze wegstemmen of mogen ze door naar de finale. Dingen waar de jury op let: inheemsheid, insectenlokkerigheid, schoonheid, en door-het-jaar-heen-altijd-watterigheid.

“Buiten!” roept mijn tweejarig zoontje steeds, en dan gaan we naar buiten om te rennen of om te loopfietsen – goed ingepakt nog in jas, sjaal en muts. Wat zou hij van de zandbak vinden die ik nog ga aanleggen? En van de straks bloeiende tuin? En van de tuinbodem? Zou hij net als ik vroeger de halve dag gehurkt naar het bodemgrut kijken en graaien: pissebedden, duizendpoten, miljoenpoten, minislakjes, minikevertjes, verroeste schroefjes, mijten, spinnetjes, vermolmde takjes, grasjes… en natuurlijk dat wonderlijke witte iniminibloemetje dat elke lente weer tevoorschijn komt.

(Het Schrijvertje, 2013-2)

Geen reacties mogelijk