Een vrijdenkexperiment

Nietzsche

Illustratie: Pieter Brouwer

Wat gebeurt er als je je gedachten de vrije loop laat en je probeert je niet te laten afleiden door wat anderen als gewenst zien of wat je zélf wellicht als gewenst ziet? Bij mij ontstond de onderstaande tekst met als uitgangspunt de gedachte aan het existentialisme. Een stukje uit mijn onderbewuste wellicht? Voer voor psychologen? Morgen denk ik wellicht weer anders, want het onderbewuste zit volgens mij vol paradoxen en tijdelijke flarden. Maar evengoed:

Sinds het existentialisme en diens nakomelingen is de mensheid bevrijd van het denkbeeld dat de zin van ons leven binnen onszelf gezocht moet worden. Er ís geen god – er is überhaupt geen zin. Mensen als Camus begrepen dat een zelfgemaakte ‘zin’ kunstmatig is, dat dat evengoed jezelf foppen is als het geloven in een god of andere externe natuurkracht. Het verschil is, dat je dan wéét dat je zelf de zin heb gecreëerd. De reactie van mensen op deze zinloosheid is meestal het volharden in het geloof dat er tóch een externe zingever is, of escapisme in de vorm van een Dionysische levensstijl – kort door de bocht te vertalen naar zaken als religie en occultisme (geloof in zingeving) en kapitalisme of narcisme (escapisme in materialisme).
Maar weinigen durven de afgrond van het absurde in te kijken, wat iemand als Kafka wél deed. Een dergelijke blik is beangstigend en wordt door velen van ons toegeschreven aan psychiatrisch ‘patiënten’ of domweg onbegrijpelijke individuen die het zichzelf onnodig moeilijk maken. Velen van ons weten op zijn minst intuïtief dat de afgrond er is, maar vluchten ervan weg en proberen het te ontkennen. Als existentie in de kern zo onbegrijpelijk en daardoor zo beangstigend is, is de enige manier om door te leven door oogkleppen op te hebben. Is dat erg? Niet per se, maar mensen met het faustiaanse streven de werkelijkheid bloot te leggen, vluchten maar al te vaak in wetenschap of een andere vorm van rationalisme, en/of caritas. Daarbij wordt het aanschouwen van de wereld en het handelen in die wereld verheven tot zingever, maar wordt de afgrond van het absurde alsnog ontkend.
Wellicht is er sprake van een biologische filter. Zoals wij een verkeerssituatie kunnen inschatten door bepaalde informatie weg te filteren en ons zo te kunnen focussen op de belangrijkste informatie om ongelukken te voorkomen, zo filteren onze hersenen wellicht het absurde weg uit alles wat wij waarnemen en voelen: bijvoorbeeld oorlogen, moorden, misdaden, discriminatie, bureaucratie, de vernietiging van onze omgeving en andere narigheid die gewoon niet nodig zijn en voorkomen kunnen worden als de mensheid die zich graag als rationeel beschouwd zich niet zo totaal onredelijk zou gedragen. Door te geloven in onze eigen superieure ratio en het ontkennen van het tegenovergestelde, door anderen te zien als dader, maar nooit zichzelf, door het wegfilteren van deze te schokkende werkelijkheid, en door ons te richten op geloof of een Dionysische levensstijl of door überhaupt niet na te denken maar de massa te volgen als een kudde zombies – hierdoor blijft een absurde mensheid bestaan. Absurd, omdat deze mensheid en masse gelooft in een ethiek en een ratio, maar tegenovergesteld daaraan handelt. Maar dat is niet de enige vorm van het absurde. Het ligt ook in zaken als het voor onze hersenen ongrijpbare. Door onze ratio of de wetenschap wéten we dat er iets is als oneindige kleinheid en grootheid, maar slechts het idee aan een onvoorstelbare groot- of kleinheid doet ons al duizelen. Proberen we ons ruimtelijke of temporele eindigheid voor te stellen, dan kunnen we dat ook niet. We leggen ons bij dergelijke paradoxale gevoelens – dat wat onze ratio zegt en dat wat ons voorstellingsvermogen aankan – neer. Deze filters zijn wellicht biologisch gezien noodzakelijk om simpelweg niet gek te worden. Het is geen toeval dat absurde gedachtes worden gekoppeld aan geestes-’zieken’.
Een dergelijk denken wordt niet getolereerd: het is schadelijk voor de veiligheid die we uit onze gemeenschappelijke filters halen. Een maatschappij zou vallen wanneer iedereen dit inziet, anarchie, gekte, zelfmoorden. De ideeën als fictie, in de vorm van bepaalde kunst en literatuur, wordt wel getolereerd. En zo wordt de meest beangstigende werkelijkheid omgezet in vermaak. Tijdens het lezen of aanschouwen kijken we in de afgrond van het absurde, beschermd door de illusie van fictie. Natuurlijk, de werken zelf zijn wellicht fictief, maar de gevoelens die erin zijn gelegd zijn maar al te echt.
De zoektocht van veel mensen naar dat wat ze lijken te missen, naar een zingeving, zou ik het liefst willen benaderen als een queeste naar een ongrijpbare graal in zowel de versleutelde gevoelens van individuen in kunst en cultuur, als in de natuurlijkheid om me heen, en uiteindelijk in mijn eigen gevoelens. Zo kan voor mij het absurde van de zinloosheid zélf een vorm van zingeving worden, en kan de existentiële paradox door zichzelf worden ontkend.

(Tekstbureau de Letterzetter, 2015)

Geen reacties mogelijk