Gelach in de trein

lachende vrouwen

Illustratie: Károly Kotász, ‘Lachende Weiber’

Plotseling klinkt er een hysterische lach door de trein. Geschrokken kijk ik om. Nee, het is gewoon een vriendin van het meisje dat net instapt – of een zus, of haar vriendin. In elk geval praat ze nu heel normaal, dus blijkbaar lacht ze gewoon heel raar.
Iedereen lacht anders: in zichzelf (…), glimlachend 🙂 , enkele ha-ha-ha’s of hi-hi-hi’s of g-g-g-g’s. Soms gaat het van een lage toon omhoog, een soort stijgende curve beschrijvend: hoe-hoe-hà-hà-há-há-hí-hí-hie! En zo nog veel meer; wat een geluk voor de veldgidsschrijvende ornitholoog dat de mens geen vogel is.
Iedereen lacht anders, maar sommige mensen lachen opvallend, afwijkend, raar, waanzinnig, uniek of extremistisch. Zo heb ik een meisje gekend dat lachte als een cavia (waarbij ze – saillant detail – zelf een caviabezitter was). Dat ging ongeveer zo: h-í-h-í-h-í!
Voedingsstoffen consumerende mensen lachen ook wel eens – sommige willen daarbij hun lippen op elkaar te houden, maar falen daarbij, wat ongeveer zo klinkt: pf-glr-f-f-pf-prlf, waarbij tegelijkertijd bellen worden geproduceerd van halfverkauwde etensresten.
En sommige mensen lachen niet. Zeggen ze. Maar dat geloof ik niet.
Ha!

(Caviazwerm, 2009)

Geen reacties mogelijk