Greven

Greven

Dirkmaat is vooral bekend geworden als redder van de das in Nederland: hij kreeg het voor elkaar de populatie van deze bijzondere en zeer zeldzaam geworden marterachtige wonderbaarlijk te laten toenemen. Hij staat nog steeds bekend als zowel politiek als praktisch voorvechter van het behoud van het Nederlands cultuurlandschap dat zo’n grote biodiversiteit herbergt. In 2001 schreef Dirkmaat samen met Geert van Moll de roman Greven. Die roman lag al lang op mijn plank en heb ik nu eindelijk gelezen. Is Dirkmaat naast groene, politieke activist ook een goed schrijver?

Met zijn 230 pagina’s is het boek niet heel dun, maar ook zeker niet dik te noemen, zeker als je bedenkt dat het verhaal de tijd bestrijkt tussen 1820 en 1990. Voor een dergelijke lange tijd (anderhalve eeuw) is het wellicht te dun. Of niet? Het ligt er maar aan naar welk aspect van het boek je kijkt om hierop een zinnig antwoord te kunnen geven.
Ik vond op school de vraag bij Nederlands ‘wat wil de schrijver met dit boek?’ altijd een beetje onzinnig. Vervelende, saaie boeken waren meestal ideologisch, de leukere boeken gewoon ‘ontspannend’. Bij het boek Greven is deze vraag echter interessant, omdat het naar drie aspecten leidt die het boek allemaal bezit: a) het verhalende aspect (‘ontspanning’), b) het informatieve aspect, en c) het moralistische/politieke aspect.

Om te beginnen met het verhalende aspect, Dirkmaat en Van Moll hebben duidelijk het beroemdste dierenboek uit de literatuurgeschiedenis als voorbeeld genomen: Watership Down van Richard Adams. Er is de kaart van het gebied waarin het verhaal zich afspeelt, er zijn de dassen (‘greven’) die Nederlands praten, denken als mensen en namen hebben als Bardon, Simbroch en Barnster, er zijn natuurbeschrijvingen, er is drama, en – nou ja, op  de achterkant van het boek staat domweg dat het boek lijkt op Waterschapsheuvel.
Wat ook op de achterkant staat is dat het boek echter ‘meer biedt’. Namelijk: ‘Het is tevens een ecologische geschiedenis van het Rijk van Nijmegen in de 19e en 20e eeuw, waarin de gevolgen voor de das van de industrialisering, de bevolkingsgroei, oorlogsomstandigheden en veranderende opvattingen over de jacht en de natuur op een indringende manier worden neergezet.’ Op die ‘indringende manier’ valt wel wat aan te merken, maar verder klopt het als een bus: het is in dit opzicht zelfs een encyclopedische roman te noemen.
Ook het derde aspect wordt achterop het boek genoemd, zei het wat minder direct. Het gaat namelijk óók nog over ‘het ontstaan en de beginjaren van de Vereniging Das & Boom’. En is dat niet stiekem het belangrijkste van het boek? Het verhaal en de informatie lijken – ook tijdens het lezen – vooral bedoeld om de politieke en morele boodschap te ondersteunen: we moeten zuinig zijn met onze natuur, het bescherming bieden in plaats van af te breken.

Ik ben het zeer zeker eens met die boodschap. Dat doet echter niets af aan mijn mening dat het boek – het verhaal – hier onder te lijden heeft. Al zijn de sfeerbeschrijvingen, bijvoorbeeld die van het bronnenbos bij Beek-Ubbergen, en zeker voor een natuurliefhebber, goed geschreven, het verhaal zelf is vooral een herhaling van steeds die rondtrekkende jonge das die steeds de laatste veranderingen (lees: bedreigingen door de mens) ondergaat of aanschouwt. Voor een goed verhaal gaat het daarbij te snel – als lezer kun je je nooit echt goed verplaatsen in de personages. Dit komt omdat het verhaal ondergeschikt is gemaakt aan het informatieve, historische karakter ervan dat een periode van anderhalve eeuw beslaat. Ook het leven op de dassenburchten blijft, ondanks de poging het te beschrijven als in Watership Down, toch vooral informatief van aard.

Al met al wringt het boek, omdat de schrijvers geen goede keuze hebben willen maken over wat ze met dit boek wilden. Voor het verhaal en de leeservaring kun je het laten liggen, wat niet wegneemt dat het een goed beeld geeft van de ecologische geschiedenis van (het zuiden van) Nijmegen en de plaats van de das daarin. Interessant daarbij zijn de twee kaarten in het boek: het betreffende gebied in 1820 en hetzelfde gebied in 1990. Alleen al het vergelijken van deze kaarten is interessant (en erg deprimerend als je wat afweet van landschapsecologie). Als informatief boek is het dan ook beter te verteren.

Greven, lotgevallen van een dassenvolk            door Jaap Dirkmaat en Geert Moll

(SUN, Nijmegen, 2001)

(Lezen-kijken-luisteren, 2012)

Geen reacties mogelijk