H.P. Lovecraft: Against the World, Against Life

H.P. Lovecraft

Tussen alle verse-vaderperikelen is het me niet gelukt de boeken voor mijn leesclub op tijd uit te hebben. Eén daarvan was eigenlijk geen boek, maar een verhaal, en wel van H.P. Lovecraft, één van mijn favoriete schrijvers naast Poe en Neil Gaiman. Het betreffende verhaal heb ik nog niet uit, maar wel bovenstaand boek van Houellebecq over Lovecraft.

Het boek bevat van alles, zoals een voorwoord door Stephen King, twee verhalen van Lovecraft en meerdere bijlagen. Allemaal leuk en aardig, maar het draait om het negentig pagina’s tellende essay van Houellebecq met de naam Lovecraft: Against the World, Against Life. Dit essay bestaat uit drie delen. In het eerste deel bespreekt Houellebecq de impact op en inpassing in de bestaande literatuur van de twintigste eeuw. Hij stelt onder andere dat Lovecraft naast J.R.R. Tolkien en Robert E. Howard, gezien kan worden als vader van de fantasy. Ook laat hij zien hoe de verhalen van Lovecraft geheel anders zijn dan alle andere literatuur in zijn tijd (lees: de jaren ’20 en ’30). Dit heeft onder meer te maken met de persoon Lovecraft, die met name in het derde deel wordt besproken. Depressief, xenofobisch en paranoia als hij was, creëerde hij zijn eigen horrorwereld, de zogenaamde ‘mythos’ – deze wereld is allesbehalve rooskleurig en doet het meeste denken aan een dreinende nachtmerrie, maar voor Lovecraft was dit escapisme beter dan de wereld om hem heen. Na zijn dood is de mythos gewoon blijven bestaan, via een duidelijke subcultuur die zich naast verhalen ook uit in (rollen)spellen, (metal)muziek, kunst en meer. De mythos is trouwens beter bekend onder de naam Cthulhu-mythologie.
Het interessantst vind ik echter het tweede deel van Houellebecqs artikel, met de naam Technical Assault. Zoals Hadewijch contempleerde via de delen van de zin (leidmotief) ‘Siet, de brudegom comt, gaet ute hem te ontmoeten’, doet Houellebecq iets dergelijks via de wat langere zin: ‘Attack the story like a radiant suicide, / utter the great NO to life without weakness; / then you will see a magnificent cathedral, / and your senses, vectors of unutterable derangement, / will map out an integral delirium / that will be lost in the unnameable architecture of time.’ Wat hij daarbij bespreekt zijn de eigenschappen van de verhalen die Lovecraft tot Lovecraft maken. Deze ingrediënten zijn volgens Houellebecq stuk voor stuk uniek voor Lovecraft. Opvallend is bijvoorbeeld het kenmerk dat de personages in de verhalen eigenlijk alleen worden gebruikt als dragers van alle vijf de zintuigen. Via hen laat de schrijver de nachtmerrieachtige sfeer in woorden uitdrukken. En veelal zijn deze woorden uitermate objectief, wetenschappelijk en rationeel – tot op het punt dat de taal niet meer afdoende is, en de personages moeten erkennen dat hetgeen zij ervaren te verschrikkelijk, te vreemd, te ‘verboden’ is om te beschrijven; en als zij het angstwekkende al kunnen beschrijven, willen ze dat ons, de lezer, niet aandoen. Zeker het eerste, het proberen te vatten van iets dat niet te vatten is, is mijns inziens een kenmerk van (post)postmoderne horror, zoals House of Leaves. In dat boek wordt alle moeite gedaan om een onmeetbaar huis te meten, waarbij het niet-kunnen van de situatie het startpunt van de horror is.
Het voert hier helaas te ver om in te gaan op andere door Houellebecq besproken Lovecraftiaanse kenmerken, zoals het anti-realisme. Maar zeker voor mensen die houden van horror, fantasy, weird fiction of anderszins afwijkende literatuur, is de bespreking van Houellebecq echt een aanrader!

H.P. Lovecraft: Against the World, Against Life   door Michel Houellebecq

(Orion, Londen – 2005; vert. uit Frans door Dorna Khazeni)

House of Leaves   door Mark Z. Danielewski

(Pantheon Books, New York – 2000)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk