Hersenspinsels in de herfst

kruisspin

Foto: Michael Gäbler, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=28957311

Nu ik deze column schrijf, kom ik – met de ramen wijd open – net bij van de afgelopen, veel te warme tropische dagen in midden augustus. En dan een stuk over de herfst schrijven. Ja, daar verlang ik nu wel naar.

Nootjes, paddenstoelen, gekleurde bladeren op de grond, de eerste warme chocolademelk en vooral véél buiige droeve druildagen…

Die Blätter fallen, fallen wie von weit,

als welkten in den Himmeln ferne Gärten;

sie fallen mit verneinender Gebärde.

Und in den Nächten fällt die schwere Erde

aus allen Sternen in die Einsamkeit.

Zo verzucht Rilke in het gedicht Herbst. Echt weer om binnen te blijven dus eigenlijk. Tenzij de zon schijnt. Dan is niks fijner dan een waterkoude of misschien wel vrij warme herfstwandeling te maken. En wat mij dan altijd opvalt in het scherende zonlicht zijn de vele spinnenwebben.

Zojuist zag ik nog een tijgerspin (of wespspin) en een kruisspin, die allebei hun eitjes leggen in augustus, dus nog in de zomer. De eitjes overwinteren in een cocon en de jonge spinnetjes trekken in de lente de wijde wereld in. Toch zijn er in september nog veel volwassen exemplaren te vinden van deze spinnen met hun mooie, bolronde en buikjes en versierde ruggen.

In september en oktober vliegen van andere, kleinere soorten vooral de jongen spinnen (zgn. ‘spiderlings’) aan hun herfstdraden door het luchtruim, een manier om zich snel over grote afstanden te verspreiden. Bijvoorbeeld tal van hangmat- of baldakijnspinnen (die trouwens ook als volwassen spin tot wel 10 kilometer hoog aan een draad door de lucht kunnen zeilen!). Zij maken ook die webben die soms hele velden of laag struweel bezetten en die zo mooi het scherende, vroege strijklicht vangen.

Alles lijkt in de herfst trouwens vol te zitten met webben – en dat klopt ook, want de minispinnetjes zetten waar ze maar terecht komen hun tentjes op. Er is zelfs een spin die de naam ‘herfstspin’ draagt. Zijn wetenschappelijke naam is Metellina segmentata, en hij behoort tot een van de vele soorten strekspinnen: die spinnen die hun poten langs een takje of grasspriet helemaal naar voren en achteren kunnen strekken. In september zitten er in een web van een wijfjesherfstspin meerdere mannetjes. Zij azen op een binnenvliegende prooi en rennen dan om het hardst om deze in te spinnen en aan het wijfje te schenken. Toch een mooi gebruik.

Ik zal het hier verder niet hebben over de zeldzame ‘herfstspinner’ en ‘zwarte herfstspinner’, want dat zijn vlinders, die rond november door de herfstlucht zwalken, en geen spinnen. Nou ja, wel een mooi huwelijksgeschenk voor de wijfjesherfstspin, natuurlijk, zo’n zeldzaam juweeltje.

(Het Schrijvertje, 2012-4)

Geen reacties mogelijk