Het Gilgamesj-epos

Gilgamesj

Onze leesclub leest literatuur van alle tijden en plaatsen. Dit keer kwam het boek wel van heel ver, vooral wat tijd betreft. Het Gilgamesj-epos wordt namelijk vaak beschouwd als oudste literaire werk. Of dat wel of niet zo is – het werk stamt in elk geval uit 1200 voor Christus, en eerdere versies zijn zelfs nog ouder! Het epos verhaalt over koning Gilgamesj, die waarschijnlijk in de 27e eeuw voor Christus daadwerkelijk leefde, en speelt zich af in Oeroek, het huidige Irak.

De leden van de leesclub vielen enkele zaken op. Ten eerste de leesbaarheid. Opvallend is daarbij dat iedereen meer moeite had met de inleiding van de vertaler dan het werk zelf. Anders dan veel andere epossen is de Gilgamesj dus zeer goed leesbaar. In elk geval de vertaling. Het origineel is geschreven in het Akkadisch, in spijkerschrift. Het bestaat uit twaalf tabletten – in de vertaling twaalf hoofdstukken van steeds zo’n zes pagina’s. Het is dus geen dikke pil. Er komt veel herhaling in de tekst voor: eerst wordt bijvoorbeeld beschreven wat personages van plan zijn, vervolgens – in dezelfde woorden – wat ze daadwerkelijk gaan doen. Ook de zinsnede ‘Hij opende zijn mond, sprak en zei: …’ is tekenend voor het taalgebruik. Dat is des te opvallender als je nagaat dat het verhaal in steen is geschreven (een ‘2x’ of ‘bis’ zou wat minder werk hebben gekost voor de schrijver…).
Ten tweede viel op dat het verhaal zoveel zaken bevat die nu nog steeds de lezer aanspreken, en naast een wijze les over sterfelijkheid is het ook gewoon een leuk verhaal.
Ten derde vallen de specifieke culturele zaken op. Zo heeft koning Gilgamesj het recht op de ‘eerste nacht’ van elke nieuwe bruid in zijn land. Dit werd zelfs in de tijd dat het verhaal werd geschreven toch wel als enigszins barbaars en ouderwets opgevat.

Het verhaal gaat dus over koning Gilgamesj, maar ook over zijn vriend Enkidoe. Enkidoe is een wildeman die wordt getemd en tot de beschaafde wereld gaat behoren. Dit temmen gaat op een vreemde manier: er wordt een tempelprostituee op enkidou afgestuurd. Nadat deze vrouw hem heeft ingepalmd en ‘het liefdesspel over hem heen ging’, is Enkidoe getemd – en wenden de wilde dieren zich van hem af. Over de symbolische betekenis hiervan zijn veel theorieën, maar de leesclub kwam er niet goed uit wat de meest logische verklaring is. Wel leek ons het meest logisch dat het temmen slaat op de wilde natuur die overgaat in de menselijke beschaving.
Het verhaal vertelt verder over hoe Gilgamesj onsterfelijk wil worden, en hoe hij dat wil bereiken. Uiteindelijk ziet hij in dat de mens zich moet neerleggen bij het feit dat hij sterfelijk is. In deze queeste staat misschien wel het intrigerendste van het epos: Gilgamesj ontmoet namelijk zijn voorvader Oetnapisjtim die hem het verhaal van de Grote Vloed vertelt. Het is bekend dat het verhaal van Noach in het Oude Testament al vele voorlopers in meerdere Indo-Europese culturen had (bijvoorbeeld in de Griekse, de Germaanse en Soemerische cultuur). Al deze verhalen, teruggaand tot de oudste bronnen, steunen de theorie dat er een zondvloed geweest is – dat wil zeggen een rampzalige overstroming – en dat deze gebeurtenis door heel Europa en Azië mondeling is overgeleverd.

Ten slotte wil ik nog even ingaan op het ontstaan van de huidige tekst. Een groot deel van de kleitabletten is gevonden in de ingestorte bibliotheek van Assoerbanipal – een Assyrische koning die regeerde tussen 668 en 627 voor Christus. Uiteraard niet helemaal gaaf en compleet. De gaten in het verhaal zijn deels ingevuld door andere vondsten van tabletten met hetzelfde verhaal. De overblijvende gaten staan in de vertaalde tekst vermeld, met daarbij de meest voor de hand liggende invulling.
Juist het feit dat niemand weet hoe het hele verhaal ging, dat niemand de cultuur van Oeroek meer kent (hoewel er opvallend veel noten met uitleg in de vertaalde editie staan), en dat het gewoon zó oud is, maakt het verhaal voor mij op een bepaalde manier magisch: je leest iets dat ver van je af staat, en toch zo leesbaar is…

Het Gilgamesj-epos   anoniem (‘standaardversie’ door Sin-leqe-oennini)

(Ambo, Amsterdam – 2009; vert. door Theo de Feyter)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk