Het huis uit

Foto: Pieter Brouwer

Mijn tekstbureau loopt eindelijk echt lekker. Ik ben druk met een grote, leuke opdracht en heb al goede ideeën voor straks. Toen ik enkele weken geleden begon met de grote opdracht, moesten mijn vrouw en ik bedenken waar we Karel één of twee dagen per week zouden laten. Mijn vrouw werkt voltijd, en ik had dit keer wat meer tijd nodig dan de uren waarin Karel slaapt.
Mijn vrouw werkte wat vaker thuis (en ging dan ’s avonds nog wat langer door), zodat ik ook wat meer tijd had om te werken. En Karel ging af en toe een dagje naar opa en oma. En zo waren er nog wat trucs om aan meer tijd te komen voor die grote opdracht. Maar het bleef lastig om steeds zo ad hoc wat te bedenken – het gaf ook geen zekerheid en rust. Daarom besloten we Karel eindelijk maar eens naar de kinderopvang te brengen.

Vijftien maanden lang is het mannetje thuis geweest bij papa. Vanaf volgende week gaat hij elke woensdag naar de kinderopvang. Het geeft een bevrijdend gevoel: ik heb eindelijk elke week een hele dag om echt goed door te werken. Ik denk ook wel dat Karel het naar zijn zin zal hebben op de opvang: we zijn er al gaan kijken en er was een grote speelplaats, veel speelgoed, een actief dagprogramma, alles verantwoord, en een leuke ‘verticale’ groep van baby’s, dreumesen, peuters en kleuters.
Maar volgende woensdag moet ik toch mijn eigen kindje een dag weggeven. Het voelt vreemd, leuk maar ook niet leuk, spannend. Het is bijna alsof ik zelf voor het eerst naar school moet. Gaat Karel huilen als ik wegga? Wat gaat er allemaal in zijn hoofd om als hij daar tussen al die kinderen zit? Wil hij wel meespelen? Kan hij daar wel slapen (thuis is het zo lekker stil)? Heeft hij daar ook van die boze buien die hij de laatste tijd heeft – en komt het dan wel allemaal goed? Wat als hij erachter komt dat er geen papa of mama is, laat hij zich dan wel troosten? Poeh…
Het liefst zou ik een camera ophangen in het kinderdagverblijf. Niet omdat ik de juffen niet vertrouw, maar zodat ik op elk moment zou kunnen zien hoe het met Karel gaat, wat hij aan het doen is. Zul je net zien: zet hij zijn eerste stapjes daar, en dat mis ik dan.
Nee, het zal even wennen zijn, maar ik denk vooral dat het goed is. Goed voor mij en goed voor Karel. Thuis ziet hij niet vaak kinderen – zijn neefjes en nichtje ziet hij zeker niet elke week en vaak niet erg lang. Nu kan hij elke woensdag zich lekker ontwikkelen tot een sociaal wezentje, terwijl zijn papa thuis zich kan ontwikkelen tot een trots tekstbureautje.

(Origineel: Tips Werkende Ouders, 2012)

Geen reacties mogelijk