Het satijnen hart

Het satijnen hart

‘Ik ga niet met de tijd mee maar blijf in mijn eigen tijd, die ik niet meer kwijtraak, zelfs al zou ik dat willen: die van de westerse schilderkunst in de twintigste eeuw.’

De Bezige Bij geeft ‘leesclubtips’ op hun site, net als veel andere uitgeverijen. Ze hopen daarmee natuurlijk dat leesclubs hun boeken kopen, maar zulke tips zijn ook leuk voor individuele lezers, omdat er meestal verdiepingsvragen bij staan. In het geval van Het satijnen hart van Remco Campert is een van die vragen: ‘Gaat Het satijnen hart over “het leven” of over “de kunst”?’. Een interessante vraag, dat moet ik zeggen – een vraag die mij zelf al bezig hield tijdens het lezen van de roman.
Kort gezegd gaat de roman over een bejaarde man (Hendrik van Otterlo) die, anders dan zijn bejaarde collega-schilder en vriend, niet goed weet wat hij aan moet met de korte rest van zijn leven. Het boek, in de ik-vorm, begint vooral als een grote aaneenschakeling van bejaardengemopper. Maar dat verandert gaandeweg. En dat maakt het boek ook interessant.

Maar terug naar de vraag over de kunst en het leven. Bovenstaand citaat uit Het satijnen hart geeft op zijn minst een richting aan het antwoord. Het is duidelijk – niet alleen in deze zin, maar in meer stukken aan het begin van de roman – dat Hendrik van Otterlo zijn eigen leven steeds zag als onderdeel van de kunstgeschiedenis. Hij was beroemd en heeft nog steeds een Mulischiaanse eigendunk. Maar nu hij oud is en de dood als een zwaard van Damokles boven hem hangt, durft hij niet meer echt te leven. De tijd is aan hem ontsnapt en hij ergert zich eraan dat de wereld van de jongere mensen rondom hem verder draait terwijl hij gebukt gaat onder de kwalen van de ouderdom. Zijn huidige schilderwerkzaamheden zijn niet meer dan de spreekwoordelijke geraniums waarachter hij zich verschuilt. Hij is een oude mopperkont geworden.
Maar met de ouderdom komen ook de in zijn geval ongewenste herinneringen aan vroeger boven. Eerst probeert hij ze te onderdrukken, maar de gesprekken van de weinigen die nog met hem praten, zoals zijn oude vriend en collega-schilder, veroorzaken steeds meer mijmeringen. Het besef dat hij misschien een verkeerd leven heeft geleefd, een leven overschaduwd door kunst, komt hard aan. De ouderdom veroorzaakt lichte slaap, en vaak kan hij de slaap niet vatten. Dan piekert hij: ‘Ik denk aan de tuin die Cissy had willen aanleggen en waarin de kinderen die ik niet wilde hadden kunnen spelen.’
En dan, eindelijk, breekt de stenen laag om zijn satijnen hart. Hij geeft toe aan het leven en belt zijn oude vriend. ‘Hij klinkt geschrokken als hij mijn stem door de telefoon hoort. “Is er iets? Je belt nooit.”’

Gaat het boek over kunst? Ik kan het me niet voorstellen. Soms wordt er even ingegaan op kunst, maar dan is het de Van Otterlo uit de herinneringen, in de bloei van zijn kunstenaarsleven. Gaat het boek over leven? Het lijkt me vrij simpel: het boek gaat over ouderdom. Ouderdom komt met gebreken, maar ook met inzichten. En daar is het nooit te laat voor.

Het satijnen hart   door Remco Campert

(De Bezige Bij, Amsterdam, 2008)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

 

Geen reacties mogelijk