In ongenade

In ongenade

Vanavond is er weer een boekverfilming op tv: Disgrace van het gelijknamige boek van Coetzee (Ned. In ongenade). Een van mijn favoriete acteurs, John Malkovich, speelt daarin mee. De 6,6 op het IMDb geeft aan dat het niet gaat om de beste film aller tijden. Toch heeft het boek waarop het gebaseerd is de hoogst te behalen literatuurprijs gewonnen: de Booker Prize. Na de publicatie heeft Coetzee zelfs de Nobelprijs voor de literatuur gewonnen. De film had ik al eens gezien, maar nu heb ik toevallig ook net het boek gelezen.

Slecht vond ik het boek zeker niet, ik vond het zelfs een goed boek, maar op lange na niet het beste boek dat ik gelezen heb. Over smaak valt niet te twisten, maar ik zou toch graag willen weten hoe het kan dat ik (en elke andere lezer) bepaalde boeken goed vind en andere niet – en hoe het kan dat er boeken zijn die als pulp bekend staan die ik geniaal vind, terwijl er ook klassiekers zijn waar ik niks mee kan. Natuurlijk vind ik ook veel pulp slecht en veel klassiekers goed, maar waar ligt dat allemaal aan? En wie beslist wat lectuur is en wat literatuur?
Over die laatste vraag zijn al boeken vol geschreven. Het is zelfs al interessant om gewoon op de Nederlandstalige Wikipedia te kijken bij dit lemma. Enkele woorden waarvan ik denk dat ze terecht vaak aan literatuur worden verbonden zijn: universeel, elitair, artistiek en consensus (of canon). Ik ben er van overtuigd dat onder andere deze aspecten óók kunnen verklaren waarom de ene persoon, zoals ik, een bepaald boek wel leuk vindt en de ander niet.
Natuurlijk, ‘literatuur’ is een onvaste term, net zoals ‘kunst’. Maar de betekenissfeer die om de term hangt, kan wel gebruikt worden om te begrijpen hoe mensen literatuur (en kunst) ervaren. Veel onbegrip en verwarring ontstaat in elk geval omdat (groepen) mensen allemaal een andere, eigen definitie hanteren met het zwaartepunt op één of enkele aspecten. Veel mensen benadrukken bijvoorbeeld dat kunst ‘mooi’ moet zijn en literatuur ‘iets met de lezer moet doen’.

Terug naar het boek. De schrijver, John Maxwell Coetzee, komt uit een elitair te noemen familie: een blank (oorspronkelijk Nederlands) gezin in Zuid-Afrika. Hij studeerde in Kaapstad en was universitair docent in Amerika en Zuid-Afrika en verbonden aan een Australische universiteit. Hij is nu officieel een Australisch staatsburger. Hij is onder andere dierenrechtenactivist, vertaler, schrijver, onderzoeker en politiek activist. Een wetenschapper die veel van de wereld heeft gezien en veel weet van literatuur, een uitermate geschikte schepper van ‘literatuur’.
In ongenade gaat over de tijd na de apartheid – een tijd die door de overwinning van de ANC en met de instelling van de Truth and Reconciliation Commission (TRC) wordt gezien als de bevrijding van Zuid-Afrika en de omzetting naar een democratie. In ongenade wordt door velen gezien als een kritiek op de TRC en het al te rooskleurig voorgestelde plaatje van Zuid-Afrika na de apartheid – niet alleen door een beeld te schetsen van de wereld in deze periode (is het inderdaad wraak op de blanken dat de drie gekleurde Afrikanen ertoe drijft een blanke, zelfstandige, ‘boertje spelende’ en lesbische Afrikaner te verkrachten?) maar ook door een allegorie te scheppen. De hoofdpersoon, de letterkundige professor David Lurie, maakt misbruik van zijn positie om zijn seksuele behoeften te bevredigen; de gevolgen laat hij over zich heenkomen, hij valt ‘in ongenade’ bij de universiteit en verbant zichzelf naar de boerderij van zijn dochter. Daar verliest hij alles wat hem nog rest, zelfs de grip op zijn dochter die niet wil dat hij haar beschermt. Hij vlucht in een nieuwe, innerlijke identiteit door zichzelf te zien als de schrijver van een tot mislukken gedoemde opera over Byron en als de begenadiger (lees: beul) van asielhonden.
Ik waag me niet eens aan de complexe symboliek en verwijzingen in het boek: het vermoorden van de honden door de gekleurde Afrikanen, het feit dat de geliefde van Byron de plaats van Byron zelf in de opera verdringt; de verschillende verhoudingen tot vrouwen bij David Lurie; de veranderende erfafscheidingen met de gekleurde ‘compagnon’ en uiteindelijk ook ‘beschermend echtgenoot’ van Luries dochter, die tegelijkertijd een van haar verkrachters huisvest.

Het valt niet te ontkennen dat het boek universeel is. Het behandelt universele thema’s en gebruikt daarbij literaire trucs als allegorie, intertekstualiteit en een keur aan motieven. De lezer moet deze artistieke trucs herkennen en hun betekenis snappen om het boek tot zijn volste recht te laten komen. Daarmee komen we tot wat veel ‘literatuur’ problematisch maakt – het feit dat dergelijke boeken door veel mensen ‘saai’ of ‘onbegrijpelijk’ worden gevonden. In ongenade bevat bijvoorbeeld een zogenaamde ‘lokale’ laag die de ‘universele’ laag afdekt en daar ook een allegorie vormt, namelijk de tijd en de problemen van de post-apartheid. Een lezer, zoals ik, die daar weinig van af weet, zal de diepere laag van het boek daardoor grotendeels missen, en het boek wordt voor dergelijke lezers een wat saaie bedoening ‘over politieke toestanden’ of over ‘een onethische man’ – los van de duidelijk primaire emotionele lading, zoals de neergang van David Lurie en de verkrachting van diens dochter, en los van zaken als schrijfstijl, die het alsnog tot een goed leesbaar en aangrijpend boek maken.
Uitgaan van de intelligentie en kennis van je lezer is zeker elitair te noemen. En daarmee komen we ook tot de term consensus. Onder de groep mensen die het boek goed begrijpen, zitten uiteraard letterkundigen en andere intelligentsia – en het is deze groep die dergelijke boeken het stempel ‘literatuur’ meegeven.

Terug naar af. Waarom zulke ingewikkelde boeken schrijven als een grote groep mensen ze niet (helemaal) snapt? Wat is er tegen een spannend, oppervlakkig boek? Daar is niks tegen, zou ik zeggen, maar het zou dan geen ‘literatuur’ te noemen zijn. En daarbij: als ik een boek lees waarvan ik de diepere lagen snap en ‘ontdek’, geeft mij dat een verdergaande voldoening dan als die laag er niet is. Wellicht is er een groep lezers die dat niet nodig heeft (en ook ik wil wel eens een simpel, licht boek lezen ter ontspanning), maar voor de lezers die zowel voldoening, inzicht en kennis uit boeken willen halen, is ‘literatuur’ zeker een goede optie. Het probleem blijft dat het niet altijd duidelijk is hoeveel er in een boek gestopt is. Een lezer kan zelfs dingen uit een boek halen die de schrijver er niet bewust in heeft gestopt. Dat is bijvoorbeeld het geval met pulp die later cult of zelfs literatuur wordt – boeken die een goed tijdsbeeld geven of een prototype beeld van een bepaald genre, of een boek dat op zijn beurt vaak wordt ‘gebruikt’ in andere boeken via intertekstualiteit.

Het gaat er voor mijzelf niet om of iets is bestempeld als literatuur (hoewel klassiekers vaak wel worden aangehaald en alleen daarom al op mijn leeslijst staan), maar om hoeveel ik ervan kan genieten: door de stijl, door originaliteit, door de spanning én door wat ik er verder uit kan halen, zoals kennis en inzicht.

In ongenade      door J.M. Coetzee

(Cossee, Amsterdam, 2009, vert. door Joop van Helmond en Frans van der Wiel; oorspr. Disgrace, Secker & Warburg, Londen?, 1999)

Disgrace – 2008   Regie: Steve Jacobs; Screenplay: Anna Maria Monticelli; Acteurs: John Malkovich, Natalie Becker, Jessica Haines; IMDb-cijfer: 6,6

(Lezen-kijken-luisteren, 2012)

Geen reacties mogelijk