Kinderen: een grotemensendogma

Foto: joel – Flickr: Shower Time!, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=17071090

In het artikel Vijftig jaar de pil, maar waar is de keuzevrijheid? Stop met die naïeve moederschapsideologie (NRC Handelsblad, 17 augustus jl) ageren Deb Appel en Wytske Mertens tegen de ‘naïeve moederschapsideologie’ en verwante maatschappelijke verschijnselen en trends.

Dat kinderen krijgen een fysieke behoefte zou zijn, doen zij af met een treffend citaat van Midas Dekkers: ‘De natuur heeft een beloning gesteld op paren, niet op baren’. Daarnaast beschrijven zij de trend van de overtrokken moederschapsideologie aan de hand van de nu populaire opvoedmethode ‘natuurlijk ouderschap’ (attachment parenting) en de dwaalgedachte dat moederschap noodzakelijk ook levensvervulling en –geluk betekent.

Het natuurlijk ouderschap, zo tonen Appel en Mertens overtuigend aan, maakt van de biologische moeder een onterecht ideaalbeeld en plaatst daarmee onder andere vaders, pleegouders, homoseksuele ouders en adoptieouders onterecht in de marge. Tevens blijkt uit onderzoek dat dit, in combinatie met andere maatschappelijke verwachtingen, voor veel moeders voor een zogenaamd ‘eeuwig schuldgevoel’ zorgt: de maatschappij eist van hen dat ze a) kinderen horen te hebben, b) als enige echt verantwoordelijk zijn voor de kinderen, c) ze ook behoren te werken, en d) gelukkig moeten zijn als werker én huismoeder. Appel en Mertens concluderen dan ook dat het beste zou zijn als er in de huidige maatschappij plaats is voor échte keuzevrijheid, waarbij niemand boven de ander staat: dus mensen zonder kinderen gelijk aan mensen met kinderen, waarbij ‘mensen’ niet per se gelijk staat aan ‘biologische moeders’ en het geheel van zorgtaken voor kinderen ook gewoon als een baan wordt gezien.

Een specifiek deel van hun betoog sluit goed aan op mijn afkeer van de term ‘papadag’:

Het aantal mannen dat evenveel blijft werken, of zelfs meer gaat werken na de geboorte van het eerste kind ligt rond de 90 procent, staat in de Emancipatiemonitor. (…)Vader die bij een schoolopvoering aanwezig is of die thuisblijft als het kind ziek is krijgt alle lof. Met elke bijdrage scoort hij punten. Bij de moeder gaat de balans pas bewegen wanneer ze er niet is. Haar aanwezigheid is ‘normaal’, afwezigheid wordt haar aangerekend – ook door haar eigen kinderen.

Het verklaart het feit waar ik me altijd zo over verbaas (en me aan erger): dat een werkende moeder nooit één ‘mamadag’ heeft, hoe vaak of hoe weinig ze ook thuis is bij het kind, terwijl ik – volgens sommigen – wel vier doordeweekse ‘papadagen’ heb!

Dus nog één keer: ik ben nu vier dagen in de week fulltime huisvader, één dag in de week run ik een tekstbureau – samen maakt dat één baan. Mijn vrouw werkt nu vijf dagen bij een vaste werkgever. In het weekend hebben wij weekend. Ons ideaal is dat zij meer zorgtaken overneemt en ik meer tijd voor mijn bureau heb, zodat we beiden ongeveer op 50% zorgtaken, 50% betaalde baan uitkomen. Dat is ons ideaal – omdat wij dat fijn vinden, niet omdat iemand zegt dat dat het beste is. Sommige mensen willen graag kinderen en krijgen ze, sommige mensen willen graag kinderen en krijgen ze niet, sommige mensen willen geen kinderen en krijgen ze niet, of wel. Er zijn wensen en er zijn situaties. Maar laten we ophouden iets tot dogmatisch ideaal te verheffen of neer te kijken op mensen die het anders willen of doen. Het draait toch om het geluk van onszelf en – als ze er zijn – dat van de kinderen?

(De webspinner, 2013)

Geen reacties mogelijk