Kooplieden en barbaren

Kooplieden en barbaren

Afgelopen weekend was het weer te mooi om binnen te zitten. We hebben dan ook volop gewandeld en door de stad gestruind – en buiten bij vrienden een bordspel gespeeld. Ook al ben ik geen groot fan van Kolonisten, ik heb wel meerdere varianten van het spel gespeeld. Kooplieden en barbaren hoorde daar tot afgelopen zaterdag nog niet bij.

In de recensie over het spel Arkham Horror ben ik al ingegaan op de komst en invloed van Kolonisten van Catan. Dit basisspel kent ontelbaar veel varianten en uitbreidingen, iets dat het gemeen heeft met een spel als Carcassonne. In 2007 verscheen de set Kooplieden en Barbaren. In deze doos zitten vier nieuwe varianten: Vriendelijke struikrover, Gebeurtenissen op Catan, Havenmeester en Catan voor 2. Daarbij zijn er ook vijf nieuwe scenario’s om te spelen: naast de door mij gespeelde Kooplieden en Barbaren, gaat het verder om Vissers van Catan, Rivieren van Catan, Trektocht en Barbarenoverval.

Het scenario Kooplieden en Barbaren is opvallend makkelijk te begrijpen. Spelers die normaal Kolonisten kennen, zullen geen moeite hebben na snel de regels te hebben gelezen van start te gaan, zonder steeds opnieuw de regels te moeten raadplegen. Elke speler heeft een eigen karavaan en dient daarmee te pendelen tussen de stad, de zandafgraving en de marmergroeve om het kasteel in de stad weer op te knappen. Deze is namelijk eerder door de barbaren overvallen. De meeste barbaren zijn weg, maar op enkele wegen waren ze nog rond. De spelers kunnen sneller reizen over aangelegde wegen, maar moeten tol betalen aan de spelers die de gebruikte wegen in bezit hebben.
Het strategische element zit in dat laatste: spelers die het voor elkaar krijgen wegen aan te leggen waarover zijzelf snel en gratis kunnen pendelen hebben voordeel. Spelers die andere spelers dwingen over hun wegen te reizen en daarmee geld verdienen, hebben ook voordeel (met zaken als geld en graan kan sneller worden gereisd). Spelers die dit allebei lukt, hebben dus nog meer voordeel, hoewel het ook mogelijk is één van beide strategieën sterk door te voeren en zo te winnen.
Toch staat of valt het slagen van je strategie met de gegooide ogen van de dobbelstenen. En daar zit opnieuw de grootste kritiek op het spel – en op bijna alle varianten van Kolonisten: de geluksfactor speelt een te grote rol. Zo had ik in de eerste helft van het spel het ongeluk dat ik maar niet de goede grondstoffen voor wegen in bezit kreeg, en in de tweede helft het geluk dat ik mijn met moeite aangelegde weg tussen kasteel en marmergroeve steeds moest gebruiken en daar bijna nooit van af hoefde te gaan. Dat mijn weg voor anderen niet gunstig lag, en ik dus geen tolgeld binnenkreeg, dát was een strategische fout, maar de geluksfactoren wogen uiteindelijk zwaarder. (Ik werd overigens tweede.)

Conclusie: het scenario Kooplieden en Barbaren is voor kolonistenfans zeker een aanrader: het is weer iets heel anders en er wordt creatief gebruik gemaakt van het wegenelement, waardoor er veel interactie tussen de spelers is. Spelers die Kolonisten niet leuk vinden vanwege de onbalans tussen geluk en strategie/tactiek, zullen dit spel niet beter of slechter vinden dan normaal Kolonisten. Voor de rest geldt: heb je altijd veel geluk? Dan moet je dit scenario zeker eens spelen!

Kolonisten van Catan – Kooplieden en Barbaren   door Klaus Teuber

(999 Games, Almere – 2007)

Carcassonne   door Klaus-Jürgen Wrede

(origineel: Hans im Glück, München – 2000)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk