Land of the Dead

land of the dead

Foto: filmstill uit Land of the Dead

Was Night of the Living Dead (1968) nog een cult-pulpfilm, Dawn of the Dead (1978) een tweede cultfilm en Day of the Dead (1985) een mijns inziens onterecht miskende veel serieuzere film – de vierde zombiefilm van Romero Land of the Dead (2005) is gewoon een standaard horror-actiefilm. Een forse tegenvaller dus, zeker als je bedenkt dat Romero toch twintig jaar de tijd voor heeft gehad om erover na te denken.

In 2004 maakte Zack Snyder een remake van Romero’s tweede en tevens bekendste zombiefilm, Dawn of the Dead. Deze film kreeg vooral kritiek om de manier waarop Snyder Romero’s film had ontdaan van de filosofische en kritische kantjes: ‘film over de mens als consumerende zombie’ was vervangen door ‘consumeerbare splatter met rennende zombies en weinig verhaal’. In datzelfde jaar maakte Edgar Wright Shaun of the Dead, een parodie op Dawn of the Dead. Ik vraag me dan ook af hoe het kan dat Land of the Dead meer lijkt op Snyders platte film dan op Romero’s eigen drie zombiefilms. En waarom geeft Romero de makers van Shaun of the Dead (Simon Pegg en Edgar Wright) gastrollen in zijn film?

Alles lijkt erop te wijzen dat Romero zijn eigen film niet serieus neemt, en meegaat in de massastroom van makkelijk te consumeren films zonder verhaal en met vooral veel special effects. Iets waar zijn beroemdste film nou juist tegen ageerde. Het verhaal is volgens Romero een vervolg op Night of the Living Dead (dat, ondanks de reddende soldaten aan het eind, dus blijkbaar toch slecht was afgelopen). Midden in de door zombies beheerste wereld ligt een versterkte stad waar nog mensen leven en wonen, met een grote kloof tussen arm en rijk. De zombies buiten de stad lijken onder leiding van de zombie Big Daddy echter iets te intelligent te worden. De ‘mad maxen’ onder de bevolking, waaronder de good guy Riley (Simon Baker) en de asociale Cholo (John Leguizamo) zorgen vervolgens voor een regen van special effects met hun stoerejongetjestank Dead Reckoning, als het de zombies lukt de stad binnen te dringen.

In het begin van de film vindt er een Romerische dialoog plaats, wanneer Mike en Riley de zombies, waaronder Big Daddy, vanachter een struikje observeren: ‘They’re pretending to be alive…’ ‘Isn’t that what we’re doing? Pretending to be alive?’. Is dit een verwijzing naar de mens als zombie, zoals in Dawn of the Dead? Als dat zo is, is het jammer dat het in de film bij deze dialoog blijft. Toch zijn er ook inbrengen van Romero die ik wél kan appreciëren. Hoe je het ook wendt of keert, de door hem in 1968 en 1978 uitgevonden splattereffecten worden met de (voor hem voor het eerst digitale) special effects er zeker niet slechter op. Verder blijft het karakter van Big Daddy (Eugene Clark) intrigerend, ondanks de verder slechte plot. Deze zombie is het brein en de leider van de plaatselijke zombiegemeenschap. Je ziet dat hij wraak wil, gefrustreerd is als hij andere zombies gedood ziet worden. Maar hoe komt het dat hij anders is dan de andere zombies? Nergens in de film wordt dit verklaard – en dat is goed. Zo heeft de kijker toch nog iets om over te reflecteren. Ik zie er zelf een kleine verwijzing in naar de emoties voelende zombie Bub, in Day of the Dead, een prachtige (en zeer zeker miskende) rol van Sherman Howard. Ten slotte wil ik, zonder te spoilen, nog opmerken dat het einde van de film ook typisch Romero is, en wat Romero dan ook anders maakt dan de meeste andere filmmakers van Hollywood.

(Eerste weblog, 2005)

Geen reacties mogelijk