Metropolis

metropolis

Foto: Jiuguang Wang from Pittsburgh, Pennsylvania, United States – Maria from the film Metropolis, on display at the Robot Hall of Fame, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=27508212

Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw wordt Metropolis erkend als een van de hoogtepunten van de Duitse, expressionistische en nieuw-zakelijke films van de jaren ’20 en ’30, naast films als Der Golem, Faust en Das Kabinett des Doktor Caligari. Op het IMDb staat het nog steeds in de top 100 van beste films ooit. Toch werd het in 1927 neergezet als oppervlakkige actiefilm, waarbij het niet al te grote publiek dan ook niet kon verhinderen dat hij grote verliezen draaide. De kosten (5 miljoen mark) kwamen dan ook ver boven het bedoelde budget uit en brachten de UFA (destijds de belangrijkste filmstudio van Duitsland) aan de rand van een faillissement.

In deze film van Fritz Lang valt direct aan het begin al de nieuw-zakelijke sfeer op: machines, rechte lijnen, soberheid, kale gebouwen (denk aan Blokken en Knorrende beesten van Bordewijk). Daarbij komt nog de expressionistische inslag door de fantastische decors (met name de stadsgezichten), de dynamiek en de nachtmerrieachtige voorstellingen. Het wordt vaak gezien als de laatste expressionistische Duitse film. De latere films van Lang zijn dan ook minder fantastisch en meer realistisch.

Freder Fredersen (Gustav Fröhlich), de hoofdpersoon, leeft te midden van de rijken in de kubistische wolkenkrabbers. De rijken hoeven in deze antiutopie alleen na te denken, niks te doen. Ze mogen genieten, zoals Freder, van paradijselijke tuinen vol guitig giechelende meisjes, pauwen en fonteintjes. Deze Freder belandt echter al direct door zijn nieuwsgierigheid bij ‘profeet’ Maria (Brigitte Helm) in de onderaardse wereld van de arbeiders. Deze arbeiders werken als robots met grote helse machines. Waar deze machines voor dienen, is volstrekt onduidelijk, maar het gaat Lang dan ook slechts om de beelden, de analogie. De mensen gebruikt hij als compositie-elementen – ze zijn vaak nog niet eens flat character te noemen, laat staan psychologisch uitgewerkte karakters. Dit mensbeeld sprak de nazi’s blijkbaar aan, die Lang een contract aanboden à la Riefenstahl. Hij moest hier echter niets van hebben, en vluchtte niet veel later dan ook via Frankrijk naar Amerika. Met deze film klaagde hij de mens als massadier aan, en dat is dan ook iets wat duidelijk uit de film naar voren komt.

Opvallend zijn natuurlijk de scènes die aan de wieg stonden van ontelbare SF-, fantasy- en horrorfilms, waaronder Frankenstein. De arbeider die als een gek de wijzers van een machineklok met zijn hele lichaam blijft verstellen, de gekke professor die een mens probeert te maken van een robot (die vervolgens de zeven zonden predikt en verderf zaait), de molochfiguur in het visioen van Freder, et cetera. Het pessimisme en de kafkaëske agora-claustrofobie is echter Langs bekendste signatuur: de figuren worden verkleind door grote ruimtes en tegelijk vaak door het scherm opgesloten. In zijn latere Mabuse-films is het aspect van opgeslotenheid door kleine ruimtes en kadrering door leuningen en dergelijke nog duidelijker.

Het motto van de film: ‘There can be no understanding between the hands and the brain unless the heart acts as mediator’, wordt aan het einde van de film mierzoet en dan ook totaal buiten de rest van de film vallend, verbeeld. Dit moet toegeschreven worden aan Langs vrouw, Thea von Harbou, die wél voor de nazi’s ging schrijven, en verantwoordelijk is voor meer verpestende melodramatische scènes in Langs films. Ondanks dat is de film zeker de moeite van het kijken waard, al is het omdat het een van de grootste monumenten is van de filmgeschiedenis.

(Oude weblog, 2006)

Geen reacties mogelijk