Mijn eerste Van Dale

Mijn eerste Van Dale

Eén van de boeken die we op Karels kraamvisite kregen (uiteraard van twee leesclubleden) was Mijn eerste Van Dale. De ondertitel luidt ‘voorleeswoordenboek’. Wat is het? Is het leuk? En heb je er echt iets aan?

Om maar meteen met de laatste vraag te beginnen: in het voorwoord en de inleiding wordt sterk benadrukt hoe verantwoord het boek is. Er is nagedacht over de opzet van het boek en over het leeraspect. Elk lemma in het woordenboek is voorzien van een plaatje en een versje. Het gaat om 750 lemma’s, met daarin nog eens een extra 250 woorden – deze duizend woorden zijn ongeveer de eerste woorden die de meeste kinderen leren. In de inleiding wordt uiteengezet hoe de auteurs aan deze duizend woorden zijn gekomen.
Op elke pagina staan vier of vijf kleine plaatjes/lemma’s en één groot plaatje/lemma. De bijbehorende versjes van twee tot vier regels zijn niet altijd rijmend – soms gaat het meer om metrum. De inhoud is eigenlijk nooit echt origineel of poëtisch. Maar dat is ook niet de bedoeling. Het gaat erom dat de inhoud dicht bij de belevingswereld van kinderen (‘vanaf 2 jaar’) staat. Voorbeeld bij het lemma koken:

Papa is in de keuken.
Hij maakt het eten klaar.
En als hij klaar met koken is,
dan eten we met elkaar.

Ook staan in de inleiding tips over hoe het boek kan worden gebruikt. Zo kan elke keer een woord voorgelezen worden en kan het kind toekijken. Of je laat je kind een plaatje aanwijzen en zegt het versje op (of beter, vraagt eerst: ‘wat is dat?’). Of je laat je kind een dier of kleur opnoemen en zoekt het dan op. Er staan nog meer tips in – veelal open deuren, maar toch handig bij wijze van inspiratie. Het ligt er natuurlijk vooral aan hoe jouw kind er het liefst mee omgaat, en waar hij aan toe is. Veel versjes hebben een doe- of vraagelement in zich, uiteraard ook niet toevallig (ja ja, het is allemaal erg leerzaam). Voorbeeld bij het lemma konijn:

Babykonijntjes,
hele kleintjes.
Tel je mee?
Het zijn er twee.

Oké, duidelijk: je hebt er echt iets aan. En zeker als je kinderen hebt die net als ik vroeger helemaal gek waren van plaatjes kijken, woorden en encyclopedieën, is het ook léúk. Maar voor elk woorden lerend kind is het geschikt.
En dan de geheime vraag die ik zelf ook wel belangrijk vind bij kinderboeken: is het ook leuk voor de ouders? Gezegd moet worden dat de illustraties van Paula Gerritsen er kleurig en aansprekend uitzien, maar ook simpel en niet erg spannend. Hetzelfde geldt voor de versjes. Maar is dat erg? Nee, in het geval van dit voorleeswoordenboek niet. De tekeningen en versjes zijn simpel om het lemma duidelijk te omkaderen en zijn ‘saai’ omdat ze aansluiten op de alledaagse wereld van je kind. Op die manier worden de woorden het best geleerd. Spannende verhalen zijn misschien leuk, maar daar gaat het bij dit boek niet om; het zou alleen afleiden. En daarbij komt dat het boek alleen een aanleiding is, zoals het zelf ook zegt. De ouders staan vrij om bij elk woord meer in te gaan op persoonlijke zaken of om het versje aan te passen. Vooruit, nog een voorbeeld, nu bij het lemma oma:

Oma is mijn lieve oma.
Zij woont met opa in een flat.
En als wij bij oma zijn,
mag ik springen op haar bed.

Daar maak je bijvoorbeeld zelf van:

Oma Ans, die lieve oma.
Zij woont bij oma Annelies.
En als wij bij de oma’s zijn,
breek dan niet wéér servies.

(Trouwens, dit boek is één van een heel scala aan Van Dale kinderwoordenboeken – zie de link hieronder)

Mijn eerste Van Dale – voorleeswoordenboek   door Liesbeth Schlichting e.a.

(Van Dale Uitgevers, Utrecht, 2005; Liesbeth Schlichting, Betty Sluyzer & Marja Verburg; tekeningen door Paula Gerritsen)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk