Moederliefde

[lees/print als pdf]

Straks komt Anne thuis van een driedaags schoolkamp. Moeder wil alles netjes hebben, het huis schoon, alles opgeruimd. Ze maakt zich zorgen. Ze hoopt zo hard dat haar kind ondanks alles heeft genoten van alle kampactiviteiten. Een laatste haal met de dweil, hard wringen en nu is de badkamer weer brandschoon. De grote zak met afval legt ze zo lang in het schuurtje. Buiten hoort ze gerommel. De warme lucht zet zich in beweging, de populieren beginnen te ruisen. Een donkere zwavelgele wolk verduistert de zon en er klinkt gerommel. Snel loopt moeder naar de droogmolen op het gras. Ze strijkt met haar hand langs de kleren. Droog genoeg. Ze haalt de was af, en neemt de tas met kleren mee naar binnen om te strijken.

Moeders smartphone wil aandacht. Ze leest.

Burgernetmelding: Pol. Roerm: omg Bredeweg. Ivm vermis. vrouw 14 jr, 160l, lichtbl haar, gele jurk, groene tas. Tips? Bel nu 0800-3443

Moeder huivert even, en begint dan de kleren te strijken. Op de lichtkoepel zijn nu zachte, onregelmatige tikken te horen. Eerst weinig, dan meer en dan zijn de druppels niet meer los te onderscheiden, en begeleiden als klein slagwerk de pauken van het onweer. Heeft Anne wel een regenjas mee? Moet ze een taxi bestellen? Ze weet niet hoe laat Anne aankomt. Moeder vouwt de kleren behendig op en legt ze op een stapel. Het is goed dat ze haar kind toch heeft overgehaald mee te gaan op kamp. Anne wilde eerst niet, maar moeder had een batterij geruststellingen klaarliggen. Er gingen toch leraren mee? Die hielden echt wel een oogje in het zeil. En anders was er nog Sanne, die is toch wel aardig? Moeder vond de redeneringen zelf niet erg sterk, maar wat moest ze anders? Tot haar eigen verbazing liet Anne zich uiteindelijk overreden. Anne ging. Maar nu twijfelt moeder weer. Straks komt haar kind. Huilend of lachend? Of totaal onpeilbaar. Dat laatste waarschijnlijk. Zou Anne überhaupt iets zeggen over het kamp?

De onweersbui begint al wat af te nemen, waardoor nu in de verte politiesirenes hoorbaar worden. Moeder is klaar met de kleren. Op het aanrecht ligt vlees op een plank, naast een netje sjalotten, een rode peper, een pan geschilde aardappelen en een al wat bruin uitgeslagen bloemkool. Anne wordt gepest op school. Het liefst zou moeder de verantwoordelijke jongens en meisjes allemaal te gronde richten, maar dat is natuurlijk onmogelijk. En Anne moet ongetwijfeld zichzelf beter verweren. Maar een puber dwing je niet, dat weet moeder heel goed. Eén keer is ze uitgevallen en kakelde gefrustreerd dat Anne zich moest verdedigen – als niet met woorden, dan maar fysiek. De dag erna kreeg ze een telefoontje dat haar kind gespijbeld had, en het pesten werd de dagen erna alleen maar heviger. En nu dus het schoolkamp. Moeder kijkt op de klok. Als haar Anne zo thuiskomt staat het eten klaar, is alles aan kant en heeft ze een verrassing klaar. Ze begint het vlees te snijden.

De bel gaat. Moeders hart maakt een sprongetje. Als een blij kind rent ze naar de deur. Anne staat voor de deur met een grote weekendtas. Hij is doorweekt van de regen en heeft geen regenjas. Haar verloren zoon is terug.

‘Kom binnen. Hoe was het?’ Moeder neemt de grote tas aan en loopt voor hem de kamer in.

Anne haalt zijn schouders op. ‘Ging wel.’

‘Kom snel binnen. Ik heb het eten bijna klaar.’ Ze loopt weer naar het aanrecht.

Anne gaat de kamer binnen en ploft op de bank. ‘Weet je mama, er is wel iets ergs gebeurd.’

Moeder schrikt. Zou Anne toch weer gepest zijn?

‘Fleur was niet mee op kamp.’

‘Die pestkop? Fijn toch?’

‘Ja maar haar ouders dachten dat ze wel op kamp was. Ze wordt vermist, mam.’

Anne kijkt om zich heen. ‘Tjee, het is hier wel heel schoon en netjes. Verwacht je soms bezoek?’

‘Voor jou lieverd.’

‘En van wie zijn die kleren?’ Anne kijkt naar het stapeltje naast hem. Bovenop ligt een netjes gestreken gele jurk.

‘Een verrassing voor jou. Kom maar dan vertel ik het je.’ Ze glimlacht tevreden en snijdt het grote stuk rauwe vlees.

Geen reacties mogelijk