Natuurdenken (2015-4)

bos in de winter

Foto: Pieter Brouwer

‘Ik liep de tuin in en zag tot mijn verbazing dat er rozen waren gaan bloeien. Ik pakte mijn telefoon en maakte een foto. Het begon zacht te regenen. Het had iets troostrijks.’ Tussen alle woorden van afschuw, analyse en debat rond de aanslagen in Parijs, raakten deze woorden me misschien nog wel het meest. Het zijn de woorden van columnist Johan van de Beek van dagblad De Limburger, waarmee hij beschrijft hoe hij troost zocht na de chaos en waanzin van vrijdag de dertiende november en het erop volgende weekend. Want hoe moet je in hemelsnaam omgaan met iets wat je voorstellingsvermogen te boven gaat en waarin je zelf zo hulpeloos bent?

 

In mijn vorige stukje in het Schrijvertje schreef ik nog over hoe nietig de mens eigenlijk is in de grootsheid en onbekendheid van de natuur om haar heen. Ik besloot met de slotsom dat een mens soms overvallen kan worden door de krachten van de natuur en zich dan zijn nietigheid pas realiseert. Om dezelfde reden kan de natuur juist ook troost schenken. Onze gerichtheid naar de maatschappij van mensen vol meningen, (vermeende) verantwoordelijkheden, en (vermeende en tegenstrijdige) waarheden vult je hoofd al gauw met een vermoeiende verwarring. Er wordt van je verwacht dat je een mening hebt, dat je een compleet en waar beeld hebt van de mensheid en zijn daden, dat je zelf ‘iets’ daarmee doet. En al denken we graag dat de mens daartoe in staat is, en verwachten we dat zelfs van onszelf en anderen, we zijn helaas minder slim, perfect en competent dan we denken.

 

En de natuur? De natuur heeft geen mening, geen ethiek, verwacht van ons geen daden. De natuur is oneindig naïef en staat daardoor boven ons – het kan niet anders dan alles accepteren zoals het is. Het accepteert élk mens en biedt daardoor troost. En anders dan levenloze voorwerpen, zeg een stoel, is de natuur levend en dynamisch en maken wij – of we willen of niet – deel uit van haar mechanisme. Natuur is voor ons zoals een ouder idealiter voor een kind is: een luisterend oor en een schouder om op uit te huilen. Troost dus.

 

De bezige kauwtjes op het dak, de bloeiende rozen, de bomen die zich klaarmaken voor de winter, zoals ze dat elk jaar weer doen. Echte troost kunnen we alleen zoeken in dat wat niet weet – niet omdat het niet wil weten, maar omdat het dat niet kan, het erbuiten staat.

 

Wellicht moeten we een mening hebben over de vreselijke dingen op de wereld en wat we daaraan moeten doen. Ik neem aan dat we verplicht zijn te doen wat we kunnen doen om de wereld beter te maken. Maar soms willen we weer even het naïeve kind zijn dat we eigenlijk zijn. Kijk dan naar de bomen, de vogels, de lucht en het water, en laat je troosten. Je bent immers maar een mens.

(Het Schrijvertje, 2015-4)

Geen reacties mogelijk