Natuurdenken (2016-3)

wandeluitzicht

Foto: Pieter Brouwer

Met twee kleine kinderen en geen auto (en rijbewijs) kom ik niet zo vaak in de natuur als vroeger. Of misschien niet minder vaak, maar ánders. Ik ben wel met de kinderen buiten, maar zij prefereren een actieradius van maximaal 50 meter, en het liefst in een brownse beweging. Natuurbeleving wordt zo de beleving ter plaatse, de beleving van de details, wat ik nog steeds leuk vind, en de kinderen ook. Maar ik mis de grote wandelingen die de aaneenschakeling van gevarieerde landschappen en de uitgestrektheid van sommige van die landschappen laten zien. Fietsen is ook een optie, maar daar houden mijn kinderen niet van (‘Ik wil weer naar huis!’ ‘Uit! Uit!’) en daarbij geeft wandelen me een sterker gevoel van gehechtheid aan de natuur om me heen. En ten slotte, toegegeven, gaat mijn meeste vrije tijd zitten in andere grote hobby’s: lezen, lezen en uh… lezen.

 

Ik sport niet en tot voor kort bewoog ik maar weinig. Enkele maanden geleden heb ik 1 en 1 opgeteld en kwam ik tot het idee om minstens twee keer per week in mijn eentje te gaan wandelen. Ik kocht een knooppuntenwandelkaart van gemeente Roermond en sindsdien ziet de natuur mij weer in zich wandelen. Ik vind het heerlijk om routes van rond de 12 kilometer uit te stippelen (voor langere tochten heb ik meestal geen tijd), waarna ik naar het startpunt fiets of loop en dan netjes de paaltjes volgend en de kaart lezend de route uitloop. Ik ben nogal een pietje precies en geef netjes alle fouten op de kaart en de knooppuntenpaaltjes door, wat zelfs al heeft geleid tot aangepaste paaltjes.

 

Ik beweeg dus weer meer en geniet weer lekker in mijn eentje van de natuur. Veel plekken ken ik nu beter en andere plekken heb ik door de kaart ontdekt. Zo was ik nog niet eerder in het Roerdal tussen Melick en Posterholt geweest. Wat een prachtige, stille plek is dat! Vol veldleeuweriken (als ik het goed heb, ik ben geen vogelaar) en ander gefluit, gefladder en gezoem. Hooguit wat wielrenners, maar dat mag de pret niet drukken. Tja, het liefst zou ik écht grote wandelingen maken, het liefst in Noorwegen of Schotland, waar je helemaal geen ziel ziet, maar dat is iets voor later, als de kinderen groot zijn en blij zijn als hun papa zich eens niet met hen bemoeit. Tot die tijd stel ik me graag tevreden met uitzichten op het Elmpter Wald, leeuweriken in het Roerdal, vossen en reeën op de Melicker Heide, zandhagedissen op de Lüsekamp en phegeavlinders in Driestruik. Genoeg moois dicht bij huis!

(Het Schrijvertje, 2016-3)

Geen reacties mogelijk