Natuurdenken (2017-2)

salamanders in vuur

Illustraties (van boven met de klok mee): Koninklijke Bibliotheek, KB, KA 16, Folio 126r (1350); Kongelige Bibliotek, Gl. kgl. S. 1633 4º, Folio 55v’ (15e eeuw); Bestiary – Royal MS 12 C XIX; 1200-1210. (Alle in public domain)

In 2010 werd de schimmel Batrachochytrium salamandrivorans ontdekt. En nu, zeven jaar later, staat de vuursalamander, onze meest exotisch ogende amfibieënsoort, op het randje van uitsterven. Een droevig feit waar tot nu toe nog geen oplossing voor is gevonden. Alvast een in memoriam voor de vuursalamander, Salamandra salamandra.

De gewone pad, huisdier van heksen en gevuld met zijn ‘paddestenen’, heeft aardig wat folklore en bijgeloof opgeleverd. Toch vormt de vuursalamander van alle amfibieën een goede tweede. Aristoteles beweerde, volgens Plinius (23-79 v.Chr.), dat de salamander met zijn lichaam vuur kon doven, al leek het Plinius zelf onwaarschijnlijk. Toch blijft de salamander ook in latere legenden, mythen en in het bijgeloof een wezen dat verbonden is met vuur. Met name zijn veronderstelde immuniteit voor vuur komt vaak naar voren. Voor de middeleeuwse occultist Paracelsus was de salamander zelfs de ‘elementaal’ van het vuur – de belichaming van het element vuur in de vorm van een soort zielloos wezen, later vaak weergegeven als een vuurgeest of vuurdemon (en nu nog in fantasyboeken en –games). Er wordt wel eens gedacht dat deze vuursymboliek is ontstaan doordat salamanders uit kampvuren tevoorschijn kropen, wanneer ze per ongeluk tussen het sprokkelhout terecht waren gekomen. Maar ook de zwart-gele kleur zou een verklaring kunnen zijn.

Verder zou de salamander giftig zijn. Op zich is dat ook zo, vandaar zijn waarschuwingskleuren, maar de mate waarin werd enigszins overdreven. Een waterbron waarin een salamander huisde, was dodelijk giftig, net als het fruit van een boom waarin een salamander had rondgekropen. Kreeg je zijn adem in je gezicht, dan zwol je op tot je uit elkaar barstte. Door al deze vuur- en gifverhalen, en het feit dat het dier kroop, werd de salamander ook vaak als kwaadaardig en duivels gezien. Mohammed zou hebben gezegd dat salamanders kwaadaardige wezens waren die gedood moesten worden. Tot in de Renaissance werden met name in Frankrijk salamander geschuwd als gevaarlijke dieren. Ze werden in luchtdichte kleine ruimtes gestopt, waardoor ze, dacht men, stierven aan hun eigen giftige adem.

Maar de rollen zijn nu omgedraaid. Het eens zo machtige, kwaadaardige vuurwezen is nu slachtoffer geworden van een microscopisch kleine vijand waar het niet immuun voor kan worden omdat het hem zo snel verteerd. En de mensen die het monster eerder nauwelijks konden verslaan, proberen het nu – lijkt het – tevergeefs te redden. Hoe ironisch.

(Het Schrijvertje, 2017-2)

Geen reacties mogelijk