Natuurdenken (2018-4)

tuin

Foto: Pieter Brouwer

Afgelopen lente hebben we dan eindelijk onze achtertuin heringedeeld – een nieuwe schutting, een nieuwe poort, een nieuw paadje, nieuwe indeling voor de planten. Bomen en struiken heb ik laten staan, en veel stukken van de tuin zijn wel uitgewerkt in mijn ‘tuinplan’, maar liggen er vooralsnog als braak terrein bij.
Eén reep van ongeveer tien bij twee meter bestond na het initiële herindelingswerk uit een vlakte van aarde met alleen een krentenboompje erin. Ik zette er wat verschillende bessenstruikjes in en een paar Echinaceae, en zaaide de rest in met bloemenzaad voor vlinders. Gewoonlijk komt daar bij mij niet veel uit, maar dit jaar (wellicht door het rare weer) vond er een enorme explosie plaats van vele soorten bloemen. Mijn bedoeling was eigenlijk het creëren van een border van lage en middelhoge kruiden voor insecten, maar de vegetatie groeide maar door en door als een Alice in Wonderland, het overschaduwde de stapstenen, de zonnehoeden en de bessenstruikjes compleet. Twee mij onbekende kaasjeskruidachtige planten leken steeds meer op bomen en keken al snel uit over onze hele wijk. Een soort honingklaver en ijzerhard schoten sprietig naar alle kanten en overkapten ons nieuwe paadje. Wanneer ik met de fiets naar het poortje wilde, had ik eigenlijk een kapmes nodig. Toch wilde ik het niet weghalen of terugsnoeien, want ik had nog nooit zoveel insecten in mijn tuin gehad, waaronder een vuurvlindertje en een kolibrievlinder.

Ook nu ik dit schrijf (het is eindelijk echt herfst), zijn er nog veel hoge bloemen, al vallen er steeds meer delen van de kleurige woestenij om door het gewicht en raakt er steeds meer uitgebloeid. Ik houd van de explosieve en onverwachte kant van planten. Natuurlijk, dit was vlinderzaad, bedoeld om een bloemenzee te scheppen, maar toch had ik deze bijna agressieve groei en bloei niet verwacht.
Ik heb er altijd van gehouden te kijken naar stukjes braakliggende en vaak nog maagdelijke grond waar niks op groeide. Ik zorg er altijd voor dat er dergelijke stukjes aanwezig zijn in mijn tuin. Het is interessant te zien dat er door onverwachte dynamiek (spelende kinderen, veel regenval, lange droogte) elk jaar weer andere pionierplanten opkomen, soms soorten basterdwederik, dan weer Canadese fijnstraal, een ander jaar zwarte nachtschade, en steeds weer andere grassen. Mijn vader, bioloog, vind elke keer dat hij op bezoek is wel weer een of ander zeldzaam plantje, meestal tussen de tegels, dat hij dan vreugdevol probeert te benoemen. Ik vergeet meestal weer wat het was, al kan ik me herinneren dat er een zeldzame kruidkers tussen zat. Dit jaar had ik opeens een bos van speerdistels, die ik zelf al erg mooi vind, maar die ik vooral liet staan om puttertjes te lokken. Helaas is de afstand van het park naar onze oase blijkbaar te ver of te veel onderbroken met tegelwoestijnen waar eigenlijk tuinen hadden moeten zijn.

Ik ben benieuwd wat het volgende jaar brengt aan groen. En welke dieren daar op afkomen. Gelukkig is de natuur nog steeds onverwachts als je haar de ruimte laat, zelfs in de tuin.

(Het Schrijvertje, 2018-4)

Geen reacties mogelijk