Natuurdenken (2019-2)

Rups buxusmot

Foto: Didier Descouens – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=32236385

Soms wordt ik van het ene uiterste van boosheid en teleurstelling naar het andere uiterste van vrolijkheid en verrassing heen en weer geslingerd als ik zie wat er allemaal in ons landje – of beter: in mijn omgeving – gebeurt in en met de natuur.

Zo is (of was) er de buxusmot. Ik heb zelf met mijn zoontje vorig jaar enkele rupsen opgekweekt in een kasje, wat erg leuk was om te doen en met mooie vlindertjes als resultaat. Ons eigen buxusje was weliswaar kaal, maar we vervingen die door lavendel, wat eigenlijk veel leuker was, en de vogels genoten van het extra voedselaanbod. Dat een plaag moet worden bestreden, snap ik best, maar waarom (ook mensen die ik ken) bezig gaan met bussen en spuiten vol (illegale) rotzooi, stemde me erg bedroefd, zeker na dit rapport over het mogelijke effect: mezensterfte dat ook veel aandacht in de media kreeg. Mijn moeder, de vleermuisspecialist, viel het op dat er ook veel meer verzwakte vleermuizen naar haar werden gebracht en vroeg zich af of dit misschien kwam door giftige buxusmotten. En ook bij een verzwakt egeltje in onze straat dachten we: zou het misschien…? Je wordt er zowaar paranoïde van.

Mijn buren gooien liters azijn over hun tegelwoestijn tegen onkruid. Dat lijkt me niet zo prettig voor mijn tuin, en ik las dat azijn het bodemleven inderdaad totaal verwoest en het bodemwater sterk verontreinigt (wellicht moet ik er iets van zeggen, maar daar ben ik niet zo’n ster in, en je wil geen ruzie met je buren).

Gelukkig zijn er ook slingerbewegingen de andere kant uit, zoals de tiny forests die nu ook in Roermond en Weert komen. Er is zelfs sprake van dat een van de bosjes misschien in mijn eigen wijk, Maasniel, wordt gerealiseerd. Als ik erover lees, bijvoorbeeld op de website van het IVN (waar ook een mooi filmpje erover staat), word ik helemaal blij en enthousiast. Het minibos is een mes dat aan vele kanten snijdt (ook al is dat geen spreekwoord): goed voor de ecologie, goed voor de fysieke en psychische gezondheid en goed om met name kinderen te betrekken bij de levende natuur buiten.

Een andere vrolijke slingerbeweging is bijvoorbeeld dat de school van mijn kinderen, die al een schooltuin heeft, nu ook het grote betegelde schoolplein gaat vervangen door een grote natuurspeeltuin vol stammen, heuveltjes, groen en modder. Er is al begonnen met de bouw en de tekening van het beoogde resultaat ziet er veelbelovend uit.

Maar ja. Wat moet ik met dat emotionele geslinger? Het weerhoudt me ervan activist te worden of politiek bezig te zijn – ik zou helemaal gek worden van al dat negatieve en positieve. Liever trek ik me terug achter mijn schrijftafel, daar is het een stuk rustiger. De wereld wordt door mij niet beter of slechter, op een gift hier of een ondertekening daar na. Actie laat ik graag aan andere mensen over die dat beter kunnen. En gelukkig zijn die er ook veel, bijvoorbeeld bij  het IVN.

(Het Schrijvertje, 2019-2)

Geen reacties mogelijk