Omega minor

Omega minor

Wat moet ik met dit boek? Het uiteindelijke cijfer dat we met de leesclub aan Omega minor gaven was ongeveer een acht. En toch waren de reacties niet alleen positief. Een bizar (slecht?) einde, veel filosofische (te-)vaagheden, veel (te) expliciete gruwelijkheden. Te academistisch en (te) veel seks…

Wellicht tekenend is de plot zoals die op Wikipedia staat. Het is duidelijk dat de auteur van dit stukje tekst niet goed wist hoe hij dit boek moest samenvatten:

Berlijn, 1995. Paul Andermans, een jonge Vlaamse wetenschapper, wordt in de metro door neonazi’s in elkaar geslagen. In het ziekenhuis ontmoet hij Jozef de Heer, een oudere heer van Nederlands-joodse afkomst, die hem een volledige autobiografie dicteert: de jaren dertig in Duitsland, zijn verzet, Auschwitz, zijn leven in de DDR. Een andere verhaallijn gaat over Goldfarb, een Duitse wetenschapper die meewerkte aan de Amerikaanse atoombom. De verhalen worden op tijd en stond gesmeerd met een flinke portie seks. Naar het einde gaat het over in sciencefiction met de ontploffing van een nieuwsoortige atoombom in Berlijn.

Het is een moedige poging, maar doet totaal geen recht aan het boek (los van het feit dat er minstens één inhoudelijke fout in staat). Dat kan ook niet, het boek is veel te complex. De schrijver heeft een levenswerk willen schrijven, en doet dat met dezelfde middelen als een Mulisch of een Eco: véél woorden, véél complexiteit en verwarring, en een uitstalling van zoveel mogelijk kennis.
Het is een boek waarover weer andere boeken vol geschreven kunnen worden. Dat ga ik hier niet doen, ook al zijn er veel aspecten die ik echt interessant vindt. Ik zou niet weten waar ik moet beginnen, wat ik eruit moet pikken, zonder de hele rest erbij te betrekken.

Maar ik kan zeggen wat ik goed vind aan het boek, en wat slecht. Zo wordt het boek terecht een ‘encyclopedische roman’ genoemd. Als je ervan houdt, is het ‘leuk’ om zoveel te weten te komen over Project Manhattan (het maken van De Bom door de Amerikanen), Auschwitz en de komst van De Muur. En dan zijn er de interessante overdenkingen van sommige personages (lees: de auteur); bijvoorbeeld dat hele complex rond die omega – als een soort kristal van symbolen baant het zich een weg door het boek en houdt het min of meer bij elkaar. Denk aan Ω als symbool van het einde (of begin?) en aan de paddenstoelwolk van de atoombom. Interessant.
Ik ben minder te spreken over de algehele vaagheid gecombineerd met de complexheid van het boek. Het doet me soms denken aan voor mij berucht-onleesbare filosofieboeken. Wordt ik geacht als lezer elke zin op al die ruim 600 pagina’s te laten bezinken en de betekenis en symboliek ervan te doorzien? En waarom word je als lezer steeds op het verkeerde been gezet? Vindt Verhaeghen dat grappig? Het probleem is dat als je bepaalde zaken mist, veel van de fragmenten (of hele hoofdstukken) aan kracht verliezen, omdat je dan alleen nog bezig bent je erdoorheen te lezen.
En tenslotte, daar is het weer, die oervervelende seks die – lijkt het – haast wettelijk verplicht is voor Nederlandse/Vlaamse literatuur. Omega minor zonder seks was waarschijnlijk ruim de helft dunner geweest. Toegegeven, seks is in het boek een belangrijk motief en heeft symbolische waarde, maar geen enkele motief wint aan kracht als het bijna elke pagina tevoorschijn treedt.

Conclusie: leuk om je middels dit boek te verdiepen in de oorlog, je hersenen te trainen en goed als middel tegen seksverslaving. Houd je niet van een overload aan seks, 600 pagina’s braintraining en twintig verschillende talen, dan is het geen ramp dit boek over te slaan.

Omega minor   door Paul Verhaeghen

(Meulenhoff | Manteau, Amsterdam | Antwerpen, 2004)

(Lezen-kijken-luisteren, 2012)

Geen reacties mogelijk