Onze rechtse rakker Kuifje

Kuifje

Foto: http://www.bellier.org/petits%20vingtiemes/pv1934/321934page1.htm, https://en.wikipedia.org/w/index.php?curid=17487635

Zoals bekend, hou ik nogal van strips. Vooral als ze vernieuwend zijn, of juist literaire klassiekers waarop is voortgebouwd, en dan vooral de Angelsaksische tak. Maar vroeger als kind las ik helemaal geen strips. Ik las sowieso weinig. Door de anderen thuis werd wel veel gelezen, en mijn moeder had ook nog stripboeken van vroeger, zoals de rood-blauwe Suske en Wiskes, vlekkerige Kuifjes en de boeken van Marten Toonder. Van de eerste vond ik vooral de voorkanten interessant. De laatste vond ik saai en ingewikkeld. Eigenlijk sprak Kuifje me het meest aan – ik vond ze het spannendst. Jammer alleen dat de meeste uit elkaar lagen en pagina’s misten.

Enige tijd geleden dacht ik: kom, ik ga weer eens Kuifje lezen. Vanaf het begin en nu mét de literaire bagage die ik als striplezer heb. Tot nu toe heb ik de eerste drie albums gelezen. En hoewel ik nog wist dat er ‘luie negers’ en dergelijke in voorkwamen, was ik toch nogal geschokt over de rechtse en racistische inhoud van de strip. En ook wat gedesillusioneerd over de kwaliteit van de plots – voorspelbaar, weinig verhaal en flauwe humor (beetje zoals Suske en Wiske dus).

Opvallend is dat het Nederlandse Wikipedia-artikel over Kuifje niet direct spreekt over de rechtse kant van de strip (wel over de anti-Duitse inhoud van een later album). Het ligt wellicht gevoelig voor veel mensen: een jeugdheld blijkt zo ongeveer begonnen als nazi. In de Engelse Wikipedia is gelukkig wat meer te vinden. Kuifje verscheen voor het eerst in het fascistische Le XXe Siècle. De zwart-witstrip Kuifje in het land van de Sovjets was in lijn met het propagandistische fascisme en antisemitisme voor de jeugd. Het is als volwassen lezer uit deze tijd haast lachwekkend hoe onbenullig deze propaganda eraan toegaat: er is bijvoorbeeld een scène waar Kuifje ziet hoe Russen in een fabriekshal met metalen voorwerpen op de grond slaan om het fabrieksgeluid te simuleren en zo te verhullen dat er eigenlijk werkloosheid heerst. Kuifje zelf is steeds niet verbaasd; wanneer er Russen zijn die aardig lijken te zijn is zijn eerste gedachte zelfs: dit kan niet kloppen! En steeds heeft hij uiteraard gelijk. Verder is de strip een aaneenschakeling van achtervolgingen en geweld. Nogal grotesk, maar onthullend en interessant voor stripfans.

De voorloper van Kuifje, Totor, verscheen in het Belgische scoutingmagazine – ook wel weer veelzeggend. Overigens experimenteerde Hergé daar met tekstballonnetjes, die in die tijd zeker nog niet standaard waren in de weinige strips die er waren.

Het tweede Kuifje-album, Kuifje in de Congo (nu te koop als Kuifje in Afrika) staat bekend als een racistisch boek, waarin de Congolezen worden afgeschilderd als dom en kinderlijk. Echter, in die tijd was dit de standaardvisie op de gekleurde volkeren in Afrika. Ze worden in elk geval niet afgeschilderd als kwaadaardig (zoals de Russen).

Wat we nog missen is het antikapitalisme (ook te verwachten bij een fascist). Dat is dan ook het onderwerp in het derde album: Kuifje in Amerika. In de oorlog vluchtte Hergé enige tijd naar Frankrijk, waarna hij naar het bezette België terugkeerde om de kinderpagina’s van de toegestane krant Le Soir te verzorgen, onder andere met zijn Kuifje. Politieke plots waren echter niet toegestaan, waardoor Kuifje van journalist min of meer in een avonturier veranderde. Een geluk voor ons eigenlijk, want vanaf dan worden de verhalen een stuk spannender. Na de oorlog verschenen de avonturen van Kuifje in een eigen tijdschrift en nog later in albumvorm.

Hergé zelf (en zijn fans) verdedigde later dat hij onder de omstandigheden waarin hij leefde niet anders had gekund dan verhalen te schrijven met een racistische, kolonialistische, fascistische inhoud. Zijn opdrachtgevers wilden het en zijn omgeving bestond uit fascisten. Dat is natuurlijk wel wat flauw. Een ander veel bekritiseerd aspect in zijn strips is de dierenmishandeling. Ik ben bang dat Hergé ook wel de persoon moet zijn geweest die onder de indruk was van discipline, militarisme en mannelijke macht en kracht. En hij heeft nooit ervoor gekozen dit niet uit te dragen, ook niet tijdens de oorlog.

Ondanks al deze kritiek ben ik sterk tegenstander van het verbieden of ‘kuisen’ van dergelijke boeken of het aanklagen hun uitgevers. Het is juist belangrijk dat latere generaties een beeld krijgen van de wereldvisie van nu en vroeger. Het zou leuk zijn als bijvoorbeeld een achterkleinkind van een extreemrechts partijlid Kuifje leest, lacht en aan zijn overgrootvader vraagt: ‘opa, geloofde je dit toen echt?’.

(De webspinner, 2013)

Geen reacties mogelijk