Roman van Walewein

Walewein

De hierboven afgebeelde uitgave uit 1350 is helaas niet de versie van de Roman van Walewein die ik heb gelezen. Ik heb om het mezelf maar eens gemakkelijk te maken een papieren prozavertaling van deze Middelnederlandse Arthurroman gelezen. Het verhaal wordt er echter niet minder bijzonder door.

Walewein, bij veel mensen bekender onder de Engelse naam Gawain, was een van Arthurs rondetafelridders. In het verhaal wordt een queeste in drie delen beschreven. Om een magisch schaakbord voor koning Arthur te bemachtigen, moet Walewein eerst een zwaard zien te verkrijgen, en om deze te mogen houden, moet hij een jonkvrouw schaken. Tussendoor beleeft hij nog allerlei avonturen, waarin hij zijn moed en hoofsheid toont.
De vraag die centraal staat in het huidige Waleweinonderzoek, is of Walewein wel echt een hoofs voorbeeld was – er zijn momenten waarop hij helemaal niet zo’n hoofse held is, maar een bangerik die wordt gepest of een strijder die wel érg veel geweld gebruikt. Daarbij is duidelijk dat er meermaals ironie en humor wordt gebruikt in het werk. Het zou kunnen dat de auteurs wilden laten zien dat Walewein een echt mens is – mét tekortkomingen dus, maar ook een der avonturen vader.

Wat mij bij het lezen van het boek opviel, was inderdaad de karakteruitwerking van met name de hoofdpersoon. Deze was veel dieper dan ik had verwacht in de Middelnederlandse literatuur. Middeleeuwese personages zijn vaak niet meer dan symbolen voor goede of slechte zaken, en daarmee per defenitie flat characters. Walewein is in dit werk een held die met veel moeite enkele babydraken verslaat en daarna, verdwaald in de grot, jammert dat hij er niet wegkomt en dat áls hij teruggaat naar Arthur hij vast weer wordt gepest door hofmaarschalk Keye, omdat hij blijkbaar vaker onverrichter zake naar het hof terugkeerde. Walewein is ook een man die verliefd wordt op de jonkvrouw die hij voor een ander moet schaken en met wie hij vrijwel direct het bed in duikt. Walewein is de ene keer erg vergevingsgezind, zelfs voor de meest brute tegenstanders, maar slacht een andere keer bijna een complete hofhouding van een hem onbekend kasteel af.

Naast Walewein zelf komen ook tal van andere intrigerende personages in het boek voor. Wat te denken van de rode ridder die door Walewein wordt gedood, maar hem als geest te hulp schiet? En de prins die is omgetoverd in een pratende vos? Of een koning met de wonderlijke naam ‘Wonder’ in een al even wonderlijk kasteel? Veel van deze figuren waren voor de lezers in de tijd dat dit verhaal werd geschreven (rond 1250) al bekend en stonden waarschijnlijk symbool voor allerhande deugden en ondeugden. Het feit dat de Rode Ridder rood is, zal vast geen toeval zijn. Het kon staan voor vuur, bloed, liefde en agressie – allemaal zaken die best passen bij deze mysterieuze ridder.
Als huidige lezer is het moeilijk vast te stellen wie deze personages precies zijn, hoe ze bekend staan, eventueel waarvoor ze symbool staan (hoewel velen van hen duidelijk niet hoofs zijn). Een lezer die beter bekend is met andere Arthurromans zal zeker meer uit het verhaal kunnen halen, maar ook dan zal de lezing achterblijven bij die van contemporaine lezers/toehoorders.

Maar eerlijk gezegd vind ik het wel wat hebben; de kennislacunes van de personages – en wat dat betreft ook de wonderlijke plaatsen en voorwerpen – geven het verhaal meer diepte. De lezer kan zich een hele wereld voorstellen achter dit alles, meer verhalen en ervaringen, meer monsters, koningen en kastelen. Het boek is daarbij zo grafisch geschreven dat ik me het goed als strip kan voorstellen – voor een film is het wellicht wat te zeer van de hak op de tak geschreven. Dat het ook als inspiratie voor andere romans kan dienen bewijst Couperus’ Het zwevende schaakbord.
Dat Middelnederlandse literatuur niet altijd vlak en/of saai is, wordt dus bewezen door de Roman van Walewein. Ik hoop dan ook dat de auteurs Penninc en Pieter Vostaert op hun wolk verrukt toekijken hoe hun werk bijna 700 jaar later nog steeds met enthousiasme wordt gelezen.

Roman van Walewein   door Penninc & Pieter Vostaert

(vert. van R.J. Wols, Het Sprectrum, Utrecht 1983 (oorspr. 1350))

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk