Straatorgelvrouwtje

Het is weer heerlijk weer, dus de ramen staan weer open, de balkonstoelen zijn weer buiten gezet… en het orgelvrouwtje is weer aan haar seizoen begonnen. Elke ochtend word ik gewekt door de orgelklanken om 7 uur ’s ochtends, die de kerkklokken van de naast ons huis gelegen kerk ruim overstemmen in de vorm van liederen als Tulpen uit Amsterdam, Ole ole ole ole (of hoe het ook heet), Het smurfenlied, Het kleine café aan de haven en andere hoogtepunten uit de al dan niet Nederlandse muziekgeschiedenis.

Snel kleed ik me aan, ontbijt en ga buiten op het balkon zitten – de orgelklanken zijn namelijk weg, omdat het orgelvrouwtje even naar de wc moest, een broodje moest kopen of drie gelokte kindertjes moest offeren in de kelder van de Hema. Maar ze is al snel weer terug, en de fluiten en ‘trompetten’ gaan vrolijk verder. Ik zucht, ga binnen zitten, sluit ramen en deuren en doe hard de radio aan. Het vrouwtje rijdt tien meter verder en staat nu onder mijn balkon. Helaas, het volume van mijn stereo kent beperkingen en de verdraagzaamheid van mijn buren ook.

Ik vlucht naar boven alwaar ik oordopjes bewaar. Ik prop de gele dingetjes in mijn oren en ga in de meest centrale kamer van het huis zitten – een kamertje zonder lamp en met stofzuiger en gereedschap – en lees er met een zaklamp een goed boek. Zes minuten en 66 seconden later vallen de oordopjes uit. Ik pak ze op en zie dat ze totaal zijn geërodeerd door de schadelijke geluidsgolven uit het orgel. Even overweeg ik naar buiten te vluchten. Maar dan moet ik langs het orgel. Ik pak alle dekens en lakens, loop ermee naar het bed, leg ze over me heen en ga huilen. Uren lig ik daar. Tot de nacht invalt en de orgelklanken stoppen.

Stilletjes gooi ik de stoffen lappen van me af, wring ze uit (het is best warm), hang ze te drogen en ga stilletjes naar buiten. Buiten op het plein zie ik een biertent staan (dat is niet raar). Ik loop erheen en zet het op een zuipen. Om me heen zie ik anderen, die net als ik hun lijden omzetten in de schadelijke gevolgen van alcohol. Voordat het weer zeven uur is, hebben we ons verspreid naar buiten de stad, alwaar we eeuwig over de paden lopen –

(Caviazwerm, 2009)

Geen reacties mogelijk