Ergens in dat niks

(voor Thomas en Judith)

Kijk daar tussen die winkels Daar stond een poort Daar in dat niks

En daar stond een kasteel Daar een klooster En daar weer een poort

Eens was er een jaarmarkt Voor de hele wijde omtrek Eens was er een wal én een muur én een gracht Eens waren er oorlogen En branden en de pest

En op een dag brandde het archief En op een dag vielen bommen En op een dag haalden de bewoners zelf Het allerlaatste restje weg

Dus staat daar nu een bioscoop Waar eerst dat kasteel stond En staat er nu

Lees verder: Ergens in dat niks

Straatorgelvrouwtje

Het is weer heerlijk weer, dus de ramen staan weer open, de balkonstoelen zijn weer buiten gezet… en het orgelvrouwtje is weer aan haar seizoen begonnen. Elke ochtend word ik gewekt door de orgelklanken om 7 uur ’s ochtends, die de kerkklokken van de naast ons huis gelegen kerk ruim overstemmen in de vorm van liederen als Tulpen uit Amsterdam, Ole ole ole ole (of hoe het ook heet), Het smurfenlied, Het kleine café aan de haven en andere hoogtepunten uit de al dan niet Nederlandse muziekgeschiedenis.

Snel kleed ik me aan, ontbijt en ga buiten op het balkon zitten

Lees verder: Straatorgelvrouwtje

Vacuole

Nu, op dit moment Op dit moment en hier

Rits ik langs bellen Rits ik sterren van een harp En alles lost op Tot dit land

Waar wolken schijnen En regen schaduw verwerpt Waar lijnen zijn verbroken En ik in bollen rondloop

In dit land Lost alles op Oneindig eindigend in hier Hier eindigend in nu

Op dit moment en hier Nu, op dit moment

(Caviazwerm, 2009)

Wat ik heb gezien tijdens de vakantie

een (zeldzame!) gladde slang op de Meinweg een naakte man op de Meinweg M. (met kleren) op de Meinweg twee koninginnenpages: een op de Meinweg en een op de Pietersberg de Pietersberg een villa op de Pietersberg M. in een villa op de Pietersberg de buurman daar (een man met viool die zich André noemt) een visioen van een van de Pietersberg afstortende Pieter Kijk! duin – met hoge golven – in het echt Scheveningen – met minder hoge golven – op heul groot schilderij Mijn moeder op de fiets Mijn moeders vriend op de fiets De fiets waar

Lees verder: Wat ik heb gezien tijdens de vakantie

Rotte appel

rotte appel

Foto: Martin Thoma

Op de koelkast staat een fruitschaal. Aha, daar stond ie dus. Helaas geldt voor mij in dit geval de babyregel: uit het oog is uit de hersens. Een bruine, min of meer schijfvormige appel staart mij versmaadbaar en mopperig vanuit de schaal aan. De andere appel en de peer zijn echter nog goed. Snel eet ik ze op en voel de vitamines door mijn lichaam vloeien. Twee stuks fruit per dag. Daar denk ik vaak aan

Lees verder: Rotte appel

Verse tomaten

markt

Illustratie: Pieter Aertsen, ‘markt’ (ca. 1508–1575)

Vorige week liepen Knittende M en ik langs de markt op het plein voor ons huis. ‘Eigenlijk zouden we eens wat op de markt moeten kopen,’ mijmerde M. ‘Ja,’ beaamde ik. ‘Hé, jij zit doordeweeks thuis; kun jij niet eens wat kopen? Een voorraad groente bijvoorbeeld?’

En zo liep ik vandaag vol goede moed naar de markt. Toen ik de hoek omdraaide, zodat mijn gezichtsveld werd gevuld met tientallen kramen, schrok ik toch wel.

Lees verder: Verse tomaten

Zo’n platte

oude tv

Foto: Andy Mabbett – Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=23069417

Toen ik ging studeren had ik geen tv (ook nog geen computer trouwens). Ik leefde zogezegd in een spreekwoordelijke kartonnen doos. ‘Mijn’ eerste tv was de gang-tv op Hoogeveldt, te delen met veertien andere ganggenoten. Na enige maanden gaf dit apparaat alleen nog de kleur groen weer in twee tinten (enigszins-donkergroen en donkergroen) en ging het soms vanzelf uit. Maar zoals het arme studenten betaamt, ging het ding pas

Lees verder: Zo’n platte

Kinderdroomsprookje

Morpheus staart mij aan – net echt: van inkt en verloopkleurtjes en papiervezels. Het twinkelingetje in zijn zwarte ogen beweegt en hijzelf ook. ‘Cavia Magistra,’ zegt hij, ‘wat doe je in mijn Droomkasteel?’ Ik kijk om me heen en zie het interieur – precies zoals in de strip. ‘Uhm… ik droom, niet?’ zeg ik. Morpheus staart mij aan, maar zegt niks. En dan schiet mij te binnen waarom ik daar ben. Met een soepele beweging haal ik een 25-delige Brittanica-encyclopedie uit mijn tas. ‘Kijk, hier staat alles in wat u wilt weten, meester. Wacht, ik zal u eens opzoeken.’ Ik

Lees verder: Kinderdroomsprookje

Glad

Elke dinsdag ben ik op reis – eerst met de trein, dan te voet. Mijn doel is een gebouw waar ik mijn hersenen behoor te vergroten om vervolgens eventueel een baan met geld te vinden. In nachtelijk (nou ja, eng-vroege) Limburg over de gesmolten sneeuw stappend naar het treinstation, waar al enkele andere reizigers zich nog slapend staande houden. En dan de trits lichtjes die van ver naar je toe komen. Instappen, zitten en je weer in bed wanen. In slaap wiegelend door de roffelende bewegingen van de trein…

En nog steeds donker als de trein tegen de stuwwal tot

Lees verder: Glad

Gelach in de trein

lachende vrouwen

Illustratie: Károly Kotász, ‘Lachende Weiber’

Plotseling klinkt er een hysterische lach door de trein. Geschrokken kijk ik om. Nee, het is gewoon een vriendin van het meisje dat net instapt – of een zus, of haar vriendin. In elk geval praat ze nu heel normaal, dus blijkbaar lacht ze gewoon heel raar. Iedereen lacht anders: in zichzelf (…), glimlachend 🙂 , enkele ha-ha-ha’s of hi-hi-hi’s of g-g-g-g’s. Soms gaat het van een lage toon omhoog, een soort stijgende curve

Lees verder: Gelach in de trein