Echo van tijd

De klok staat stil

(De klok slaat kil)

Het ademen gaat door

(De aderen gaan door)

Het verleden is een boek

(Het geleden is een vloek)

Het heden is telkens anders

(Het menen is telkens anders)

 

Onverwacht is de toekomst

Onverwacht wat mij toekomt

 

(Letterlik XII-2, 1998 (pub.))

Reizend haardvuur

De vrouw knikt vriendelijk naar me. Ze gaat tegenover me zitten. ‘Zo,’ zegt ze met een soort opluchting; haar gewicht rust nu op de nep-roodleren bank. Tevreden strijkt ze haar soepjurk recht. Ze kijkt geïnteresseerd naar me. Ik verwacht elk moment dat ze zal zeggen: ‘Goh, wat gezellig hier in de trein hè?’, maar ze blijft alleen kijken en zwijgt.

Aan de andere kant van het gangpad zitten twee studenten tegenover elkaar. Hoewel ze beiden slordige kleren aan hebben, denk ik niet dat ze bij elkaar horen. De ene kijkt verveeld naar het raam dat door de donkerte zijn gezicht

Lees verder: Reizend haardvuur