The Eye of the World

The Eye of the World

Als iemand mij een aantal jaren geleden vroeg van wat voor boeken ik hield, zei ik meestal ‘van alles, maar vooral horror en fantasy’. Op een gegeven moment las ik eigenlijk weinig horror meer en nauwelijks fantasy. Bovendien: mijn fantasy-ervaringen bestaan grotendeels uit The Lord of the Rings en de boeken van Neil Gaiman (als je dat laatste al fantasy kan noemen). Mijn broer heeft echter een hele kast vol fantasy-series, dus vroeg ik hem of ik niet iets van hem kon lenen, zodat ik weer eens wat fantasy kon lezen. Hij kwam aan met The Eye of the World, het eerste boek van een veel te lange serie: The Wheel of Time van Robert Jordan.

Robert Jordan is een van de bekendste high fantasy-schrijvers, en wordt vaak gezien als de ‘opvolger’ van Tolkien. High fantasy is naast sword and sorcery het meest bekende subgenre van fantasy: het zijn epossen, vaak over langere perioden (era’s) in parallelle werelden waarin hele groepen personages (vaak ook diverse rassen), volken en landen een rol spelen. Sword and sorcery behelst verhalen met één duidelijke hoofdpersoon/held, die meestal met het zwaard of de toverstaf monsters bevecht en andere queesten ten uitvoer brengt. Deze typering van mij is erg kort door de bocht en doet geen recht aan het genre fantasy, maar het zegt wel iets over wat een lezer ongeveer kan verwachten van een boek van Robert Jordan, en dus ook over wat ik verwachtte toen ik er aan begon.

The Eye of the World begint, zoals het een high fantasyboek betaamt, met een proloog over een wereldschokkende gebeurtenis vele era’s geleden. Vervolgens volgt de lezer een groep jongens (en meisjes) uit een onbeduidend, autarkisch en wereldvreemd dorpje die meteen al in de actie van het verhaal zitten. Dan verschijnen er mysterieuze en edele lieden ten tonele die de groep begeleiden in hun wat vage queeste. Het dorpje en de omgeving ervan deden me meteen denken aan de Shire uit The Lord of the Rings, de jongens aan de jonge hobbits die er wonen, en de mysterieuze lieden aan Aragorn en consorten (ofwel ‘The fellowship’). Hoewel er duidelijke verschillen zijn tussen The Eye en LoTR – zoals de rol die magie in het verhaal speelt, de structuur van de wereld en de tijd, en de soort van priesteres die de rol van Gandalf zou kunnen vervullen maar toch echt heel anders is – vielen mij vooral de overeenkomsten op. Niet zozeer in het plot, maar vooral in bepaalde karakters, omgevingen, monsters en gebeurtenissen. Op een gegeven moment ging mij dit nogal storen.

Voor LoTR-fans twee voorbeelden (citaten) die geen uitleg behoeven:

‘Two Rivers Tabac,’ the Lord of Fal Dara said as they filled their pipes. ‘Hard to come by, here, but worth the cost.’

The signal would be flashed, to towers further from the Border, and by those to still others, and so relayed to the heartland fortresses, from where the lances would ride to turn back the raid.

Opvallend en storend is vooral het Sauron-motief van de enigszins abstracte kwade kracht die gevangen zat achter bergen (in The Eye heten deze bergen, waarom niet, ‘the Mountains of Dhoom’) en vanuit daar probeert de wereldmacht te grijpen.
Het verbaasde me dan ook niet op Wikipedia te lezen dat Jordan zelf heeft gezegd dat hij in de eerste hoofdstukken probeerde The Shire op te roepen; in het artikel zelf worden zelfs meerdere parallellen genoemd (de zeer duidelijke overeenkomst tussen orks en trollocs, Nazgûl en Myrddraal, Aragorn en Lan, Treebeard en the Green Man, etc. etc.). Je zou er een spel van kunnen maken.

Het einde van dit eerste boek van The Wheel of Times maakt echter veel goed, en maakte mij, ondanks de eerder genoemde ergernissen, benieuwd naar het tweede deel.
En voor de mensen die geen zin hebben in het lezen van een dikke pil, maar wel nieuwsgierig zijn: in 2013 staat de première van de verfilming gepland.

The Eye of the World – Book One of the Wheel of Time   door Robert Jordan

(Tor Books (Tom Doherty Associates), New York, 1990)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk