The Meme Machine

The Meme Machine

A Treatise of Human Nature (David Hume), De revolutionibus orbium coelestium (Nicolaus Copernicus) en The Origin of Species (Charles Darwin) – drie werken die een revolutionaire invloed hebben gehad op ons mens- en wereldbeeld. En allemaal minpunten voor de Wonderen Gods en het Menselijk Ego. Maar ook in deze tijd zijn er nog werken die ons nog meer doen beseffen dat de mens niet zo bijzonder is als hij graag denkt. The Meme Machine is er ongetwijfeld een van.

Eigenlijk zijn er twee bewegingen in de westerse geschiedenis belangrijk als je kijkt naar het mensbeeld. Na de middeleeuwen, en zeker na de renaissance, worden mensen steeds meer gezien als individuen –wezens met het recht op een eigen wil, eigen keuzes en eigen ideeën. Daarvoor stond de mens in het teken van de samenleving als geheel en als een tijdelijke ‘mindere’ ziel van de tijd voor het hiernamaals.
Daartegenover staat een andere beweging. De mens was eerst het hoogste wezen, een goddelijk wezen dat hoog boven de mindere wezens stond, het ultieme wezen waar alles om draaide en dat het sluitstuk van de schepping was, een wezen met een bewustzijn en een ziel. Onder andere de hiervoor genoemde werken hebben dát idee steeds meer naar beneden gehaald.

De wetenschap heeft al veel sprookjes de wereld uit geholpen, maar tot nu toe bleef één ding onverklaard: het Self (zoals Susan Blackmore het noemt), het gevoel dat ik iets ben, en dat ik dat zelf ben – dat ik meningen heb en keuzes maak. Natuurlijk, er zijn genoeg wetenschappers en filosofen geweest die, net als Blackmore, hebben voorgesteld dat dit wel moet berusten op een waanidee: hoe kan een abstracte geest, een gevoel, een ziel – of hoe je het ook noemt – verbonden zijn aan een fysiek lichaam, aanwijsbare neuronen en zintuigen? Dit probleem staat al eeuwen in de filosofie bekend als het probleem van de ‘dualistische kloof’. Alle dualistische filosofen en pseudowetenschappers zijn er eigenlijk nooit in geslaagd dit probleem echt op te lossen. Wetenschappers hebben echter vaak verondersteld dat dit niet zo is, maar nooit kunnen verklaren waar die illusie dan vandaan komt.

Eigenlijk heb ik nu Blackmores boek flink gespoild: een van de conclusies van haar theorie is dat de menselijke Self helemaal niet bestaat. Maar hoe komt ze tot deze conclusie? Zij werkt in The Meme Machine het idee van Dawkins uit dat er zoiets is als een ‘universeel darwinisme’ – hiermee bedoelt Dawkins dat het mechanisme achter genetische evolutie óók op andere entiteiten dan genen toe te passen zou moeten zijn, als er aan enkele voorwaarden wordt voldaan, namelijk: variatie, selectie en retentie (zeg maar ‘overerfbaarheid’). Als voorbeeld geeft hij een nieuw begrip: ‘memen’ – ideeën en andere uitingen die als het ware evolueren via mensen, maar ook via boeken en andere culturele uitingen, internet, et cetera.
Wat Blackmore betoogt, is dat deze memen los moeten worden gezien van de genetische evolutie – iets dat volgens haar nog niet is doorgedrongen in vakgebieden als de sociobiologie. Haar boek is ten eerste een betoog waarom memen als onafhankelijk moeten worden gezien; ten tweede geeft ze erg overtuigende voorbeelden van de kracht van de memetiek om allerlei tot nog toe niet of onbevredigd verklaarde zaken te verklaren, compleet met voorstellen hoe dit experimenteel te testen. Voorbeelden die ze geeft zijn het ontstaan van onze monsterlijk grote hersenen (biologisch gezien erg onhandig), het bestaan van taal, religies en andere ideologieën, het idee en de praktijk van anticonceptie en het Self. Ze bewaart dit laatste tot het laatst.
De overtuigde lezer verrast ze op een nogal ontgoochelende conclusie: de mens is niet alleen gewoon een dier (zoals Darwin bewees), maar heeft daarbij niet eens een zelfbewustzijn. Wat wij ervaren als een ‘zelf’ is niks anders dan een door memen gecreëerde illusie. Niet dat memen dit bewust doen – het is niks anders dan een logisch bijeffect van de struggle of life van de memen – iets dat ‘per ongeluk’ is ontstaan, maar desalniettemin ons wereld- en mensbeeld heeft bepaald.

Blackmore staat zelfs stil bij de consequenties van de zo opgeworpen existentialistische vraag:

What then am I to do? I feel as though I have to make a choice – to decide how to live my life in the light of my scientific understanding. But how do I do that if I am nothing but a temporary conglomeration of genes, phenotype, memes and memeplexes. If there is no choice, how am I to choose?

Zij geeft als oplossing een soort mindfulness, een manier om het Self te onderdrukken. Zij betoogt dat dit Self de oorzaak is van vervelende zaken als oorlog, onrechtvaardigheid en andere nare dingen. Een soort go with the flow veroorzaakt volgens haar een heel wat vrediger en rustiger wereld – en een rustiger hoofd. Wat mij betreft had ze mogen stoppen bij de haar opgeworpen existentialistische vraag en niet voor de lezer moeten invullen wat hij met de informatie moet doen (een kwaal die eigenlijk vooral kenmerkend is voor de meeste filosofen) – maar het boek blijft sterk genoeg.

Ben je een ras-scepticus zoals ik, en erger je je ook aan het Ego van de Mensheid? Dan is dit boek een goede medestander.

The Meme Machine      door Susan Blackmore

(Oxford University Press, Oxford, 2000)

(Lezen-kijken-luisteren, 2012)

Geen reacties mogelijk