Toen ik de exoten uitroeide

halsbandparkiet

Foto: מינוזיג – Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=37900821

Hoppa, daar gaat de Canadese fijnstraal, hele bossen gooi ik in de groencontainer. ‘Hij verstikt de andere planten,’ leg ik Marjolein uit, ‘en bovendien is het een exoot.’

Een exoot. Ik voel me vaak schuldig als ik zo over exoten denk, een beetje racistisch: jullie horen hier niet, dus weg ermee. En dan te bedenken dat de Canadese fijnstraal al in 1665 in Europa is ingevoerd. In 1519 waren er al Italiaanse gastarbeiders in Frankrijk, maar om nou de daar nog steeds levende Italianen uit te roeien…

Vaak wordt het woord ‘exoot’ gebruikt als men ‘invasieve exoot’ bedoelt: een organisme dat zich hier heeft gevestigd, terwijl het hier niet vandaan komt, en daarbij schade veroorzaakt. Soms zijn het een soort gastarbeiders, aangezien ze in een aantal gevallen expres zijn ingevoerd, bijvoorbeeld als tuinplant, als ongediertebestrijder of als houtbron. Beruchte voorbeelden van invasieve exoten zijn het konijn in Australië, en hier de Amerikaanse vogelkers, de muskusrat en de waternavel. De schade kan zowel ecologisch zijn als economisch. In Nederland wordt die economische schade op bijna 1,5 miljard euro per jaar geschat – denk aan ondergraven dijken, dichtgegroeide kanalen en schade aan gewassen.

Exoten hoeven natuurlijk niet schadelijk te zijn. Nijlganzen, halsbandparkieten en mandarijneenden krijgen nogal eens ‘vieze exoot!’ naar hun vogelkopjes geslingerd – toch blijkt niet dat deze dieren inheemse soorten verdringen. En ze zijn nog mooi ook. Soms is een exoot gewoon hilarisch, zoals de piranha in de slotgracht van Fort Walem in Mechelen, afgelopen mei. Veel van zulke aansprekende vondsten zijn eenmalig, aangezien de meeste exoten zich hier niet kunnen voortplanten. Ook bijzonder: een nieuwe exoot die zich tegoed doet aan een oudere exoot – zoals sinds kort de Amerikaanse ooglapmot op de Amerikaanse eik. Iets dergelijks kan wel degelijk een ander ecologisch evenwicht tot stand brengen, waarbij de kaarten weer anders verdeeld zijn.

Het blijft een lastige kwestie: moeten we nieuwe exoten op voorhand uitroeien? Als je dat al zou willen: in de praktijk blijken juist de invasieve exoten moeilijk te bestrijden, los nog van de kosten die dat met zich meebrengt. Wel is vaak duidelijk via welke wegen deze organismen hier komen, zoals via boten en treinen, tuinzaken (nieuwe tuinplanten, zeker waterplanten, zijn beruchte kandidaat-invasieve-exoten) en dierenwinkels (denk vooral aan vissen die door ouders het kanaal in worden gegooid). Daar kan natuurlijk wel het een en ander aan preventie worden gedaan.

Het Signaleringsproject exoten is een platform van natuurorganisaties met als doel de exoten bij te houden. Er wordt opgeroepen om vooral de exoten die je ziet door te geven. Het klinkt wel wat Stasi-achtig, exoten verlinken. Ach, wellicht moet ik de vergelijking met de Stasi, allochtonen, asielzoekers en gastarbeiders maar niet maken… Maar toch, het beste lijkt me te doen wat we ook met allochtonen zouden moeten doen: geen vooroordelen koesteren en al helemaal geen acties ondernemen op die vooroordelen, maar gewoon objectief blijven en alles goed in de gaten blijven houden. Nederland dus als een open, maar niet naïef land voor exoten.

(De webspinner, 2013)

Geen reacties mogelijk