Vaslav

Vaslav

‘Hij probeert geen mens kwaad te doen. Integendeel. Het enige wat hij bereiken wil is dat wij elkaar benaderen met meer zachtheid.’

‘Zachtheid,’ hoont ze en trekt minachtend één wenkbrauw op. ‘Ja, echt iets voor hem.’

De Nederlandse lezer houdt niet zo veel van ‘gevoel’, maar meer van saaie, grijze en vooral gevoelloze literatuur, met seks omdat het moet en vooral niet te veel fantastische gebeurtenissen. Althans, zo leken de uitgevers van moderne Nederlandse literatuur tot nu toe vaak te denken. Uit mijn subjectieve beschrijving mag wel blijken dat ik hier niet zo van hou, en dat ik daarom vaak mijn toevlucht zoek in buitenlandse literatuur.
Maar er lijkt een kentering plaats te vinden. Er verschijnen steeds vaker boeken van wat een nieuwe generatie schrijvers lijkt te zijn. Onderwerpen als ‘liefde’ zijn niet langer taboe. Er zit meer schwung, meer pathos in de Nederlandse literatuur. Dat de oude garde dit maar niks vindt, is logisch, maar de cyclus van gevoel en ratio in de cultuurgeschiedenis bepaalt nu duidelijk dat het weer tijd is voor meer gevoel. Arnon Grunberg is voor mij een duidelijk symptoom van deze nieuwe literatuur. Maar misschien nog duidelijker is het terug te vinden in de werken van Arthur Japin, zoals in zijn nieuwste roman Vaslav.

Arthur Japin kán haast niet anders dan een roman als Vaslav schrijven. Zijn werken zijn autobiografisch of historisch – Vaslav is historisch, maar sluit goed aan op de persoon Japin. Japin werd veel gepest als kind, en had het ook verder zwaar te verduren (zo pleegde zijn vader zelfmoord toen hij zestien was); hij voelde zich ‘anders’, voelde zich niet begrepen en besloot daarom kunstenaar te worden.
Cliché? Misschien wel, maar het gaat erom wat je als schrijver met deze Weltschmerz doet. Tot voor kort was het taboe om deze gevoelens in je werk te tonen, überhaupt om gevoel in je werk te stoppen, lijkt het. De Nederlandse literatuur leek vooral te bestaan uit formalistische en sterk mannelijke stoerdoenerij (waar ook vrouwen aan meededen), het mocht vooral niet lijken op melodrama. Maar gevoel staat niet per se gelijk aan melodrama. Gevoel mag weer in de literatuur, en Japin laat zien hoe dat kan zonder dat het melodramatisch wordt. Dit doet hij vooral door een goede psychologische diepgang en realisme aan te brengen in zijn personages.

Vaslav Nijinski was de legendarische balletdanser uit de tijd van de Ballet Russes van Diaghilev. In weinig tijden stond gevoel zo hoog aangeschreven als in de jaren ’20 van de vorige eeuw (alleen het eind van de Romantiek overtreft wellicht daarin deze periode). Nijinski ‘danst’ zijn gevoel, zijn liefde. Hij stopt er zóveel van zijn liefde in, dat hij danst op een manier die bijna onmogelijk lijkt, die de toeschouwers hypnotiseert. Maar als hem duidelijk wordt dat het publiek naar zijn magische sprongen kijkt als naar een goochelshow voelt hij een grote teleurstelling jegens de mensheid met zijn onkunde dit te zien. Hij probeert dit te doorbreken door te zwijgen en liefde te geven aan alles om hem heen, maar dit leidt onherroepelijk tot zijn ondergang – een mens die alleen nog bestaat uit gevoel is geen mens meer maar een pathologisch geval.
Japin laat Nijinski zelf niet als ik-figuur optreden. De ik-figuren in het boek zijn de enige drie mensen die Nijinski op hun eigen manier goed begrepen: zijn bediende Peter (die echt bestaan heeft), Nijinski’s vrouw Romola en zijn eeuwige liefde Diaghilev. Niet alleen krijgt Japin het voor elkaar dat de lezer deze personen onvoorwaardelijk kan ‘invoelen’ – de scherpe waarneming van Peter, de bijzondere liefde van Diaghilev en de onvoorwaardelijke zorg van Romola – hij had op geen betere manier een eerbetoon aan de mens Vaslav kunnen schrijven.

Vaslav   door Arthur Japin

(Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 2010)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk