Verse tomaten

markt

Illustratie: Pieter Aertsen, ‘markt’ (ca. 1508–1575)

Vorige week liepen Knittende M en ik langs de markt op het plein voor ons huis.
‘Eigenlijk zouden we eens wat op de markt moeten kopen,’ mijmerde M.
‘Ja,’ beaamde ik.
‘Hé, jij zit doordeweeks thuis; kun jij niet eens wat kopen? Een voorraad groente bijvoorbeeld?’

En zo liep ik vandaag vol goede moed naar de markt. Toen ik de hoek omdraaide, zodat mijn gezichtsveld werd gevuld met tientallen kramen, schrok ik toch wel. Het was wel wat drukker dan vorige week. En van meer dan tien door elkaar krioelende mensen op een plein of in een hal, daar kan ik niet zo goed tegen. Schuchter ontweek ik langssnellende huisvrouwen, door de lucht vliegende kratten en over de grond glijdende peuters.
Er was één grote groentekraam met vrouwen van bijna twee meter met bijpassend keelgeluid. Stapje voor stapje sloop ik naar de stellage vol kratten kersen, sla, reusachtige soort komkommers (snoskommers?), lente-uibossen, bospaddenstoelen, trostomaten, vleestomaten, romatomaten, kerstomaten, gele paprika’s, rode paprika’s, groene paprika’s, oranje paprika’s, puntpaprika’s, linzen, plastic zakjes, courgettes, aubergines, bleekselderij, knolselderij, selderijknol, koolraap, knolraap, koolrabi, rabiselderij, ananassen, bloemkolen, maïs (met onzinnige puntjes op de i) en meer, zoals appels, peren, kweeperen, mispels, walnoten, hazelnoten en zilveruitjes.
Terwijl de vrouwen met elkaar en enkele bejaarde klanten op vol volume praatten, compleet met gebaren en graaiende handen in de kratten, ging achter mij een verdwaalde sinti (of is het ‘sintus’?) met zijn accordeon tekeer.

‘Uhm…’ Ik probeerde wat oogcontact te krijgen met een van de reuzinnen. ‘Uh, mag ik misschien…’ En toen kwamen er twee big mamma’s voor me staan om in het Papiamento de groentes en elkaar te benoemen (denk ik, de taal gaat me iets te snel) met een nog hardere stem dan de slaboerinnen.
‘Ja, jong?’ vroeg een van de reuzinnen me na tien minuten.
‘Ik ehm, eens zien, doe mij maar twee paprika’s…’
‘Pak ze maar, jong.’
‘…en unne, zo’n tros tomaten,’ hateseflats in een papieren zak, ‘en dan wil ik nog twee pond van die kersen…’
‘Die kersen gaan vanaf 2,5 pond.’
‘Ja, doe dat maar.’
Zo snel ik de papieren zak in handen had, rende ik naar huis, sloeg de deur achter me dicht, gooide een beker water over me heen en liet me op een stoel zakken. Ik keek eens wat ik eigenlijk had gekocht en kwam erachter dat de koelkast al vol zat met groente. Ach, een supermarkt is eigenlijk ook best handig.

(Caviazwerm, 2009)

Geen reacties mogelijk