Voorwoorden

voorwoord

Illustratie: Samuel Ward Stanton (1870-1912) – American Steam Vessels, page 7

‘Ik heb iets voor je meegenomen,’ zei M. gisteren toen ze thuiskwam van haar werk, ‘maar het is niet iets leuks.’
Mijn hoofd ging in een razend tempo de mogelijkheden af: een krop sla, een stropdas, een stappenteller, het boek Hoe verdien ik meer geld dan een aftandse Duitse herder
Het was een boek. Een dik boek. Een boek van een kleine 800 pagina’s. En het heette Discovering Statistics Using SPSS. Mijn vriendin is op de hoogte van mijn studievorderingen, en wist dus dat ik nu een vak over ecologische data-analyse heb, waarbij we – inderdaad – SPSS gebruiken.

Deze ochtend: het boek ligt op de ontbijttafel op mij te wachten als een poes die om eten zeurt. Voorzichtig sla ik het open en begin bij het begin: het voorwoord, het how to use this book, het dankwoord en de opdracht.

Heerlijk vind ik dat: inleidingen, voorwoorden, dankwoorden, motto’s en andere affixen in een boek. Mensen die mij goed kennen weten dat dat een ware fetisj voor mij is, net als het lezen van handleidingen en gebruiksaanwijzingen (waarbij ik niks met betreffend object wil beginnen alvorens alles gelezen te hebben); en er zijn dan ook tal van boeken waarbij ik niet verder ben gekomen dan deze aanhangsels. Als het echte werk begint, verzand ik vaak in het eerste hoofdstuk en belandt het weer in de boekenkast. Vaak ook omdat het boeken zijn die helemaal niet bedoeld zijn om te lezen. Maar ja, als kind al kon ik niet mijn tengels van encyclopedieën en woordenboeken afhouden, en besloot en besluit nog steeds vaak er gewoon aan te beginnen alsof het een roman is.

Een enkele keer slaat zo’n boek ook inhoudelijk aan. Zo heb ik het dikke Photoshop-boek van McClelland in een teug uitgelezen. Net als Andy Fields SPSS-boek, gaat het om een goed leesbaar boek met veel humor en een duidelijk aanwezige schrijver. Van andere boeken nip ik af en toe en kom zo steeds iets verder, zoals Vissen en andere waterdieren van West- en Midden-Europa. Ik raak snel verveeld en heb dus altijd afwisseling nodig: dan weer een roman, dan weer een horrorverhalenbunel, dan weer een boek over evolutie, dan weer een boek over filmgeschiedenis. Daardoor zijn er bij ons thuis weinig boeken waarin ik niet ooit ben begonnen. Het is de kick van het beginnen aan een boek.

Mijn favoriete fictieschrijver Neil Gaiman heeft de gewoonte zich uit te leven in dankwoorden. Daarin beschrijft hij ook vaak de muziek waarnaar hij heeft geluisterd bij het schrijven. Ook Andy Field en andere schrijvers doen dat. En ik voel me dan weer verbonden als ik lees dat ze van dezelfde muziek houden als ik. Ook een slijmende opdracht als ‘dit boek is eindelijk opgedragen aan jou, de lezer’ veroorzaakt een brok in mijn keel, en andere onverwachte zinnen doen me weer in lachen uitbarsten, zoals het dankwoord van Andy Field:

Like the first edition, this book is dedicated to my brother Paul and my cat Fuzzy (…), because one of them is a constant source of intellectual inspiration and the other wakes me up in the morning by sitting on me and purring in my face until I give him cat food: mornings will be considerably more pleasant when my brother gets over his love of cat food for breakfast.

(Caviazwerm, 2009)

Geen reacties mogelijk