Watchmen – een visueel-tekstueel meesterwerk

In het vorige deel heb ik geprobeerd de positie van Watchmen binnen de literatuur te bepalen, met als conclusie dat het deel uitmaakt van de ‘Amerikaanse’ school van strips met een literaire inslag, en beter niet ‘graphic novel’ kan worden genoemd. In dit deel zal ik laten zien hoe deze strip door goed gebruik te maken van de combinatie van visuele en tekstuele mogelijkheden de bijzonderheden van het medium ‘strip’ uitermate goed benut, anders dan de vele oppervlakkigere strips.

Hierboven een fragment uit deel 5: ‘Fearful Symmetry’. De bovenste rij is de laatste rij van een rechterpagina. Sla je deze om, dan zie je de erop volgende rij. Dat de strip traditioneler is dan bijvoorbeeld The Sandman van Neil Gaiman, is te zien aan twee visuele aspecten: de tekenstijl (en typografie) is nog traditioneel, hoewel er al meer met kleur wordt gewerkt dan in de nog oudere strips. Daarbij zijn de kaders traditioneel. In het hele boek wordt ook gewerkt met kaders van andere afmetingen, maar deze zijn altijd rechthoekig en passen in een strikt rooster. Elk deel eindigt wel met een stuk proza, wat allerminst traditioneel is, maar daarover meer in het volgende logje.

Een snelle of slordige lezer van deze strip mist waarschijnlijk de interessante zaken die heel wat minder traditioneel zijn. Door bovenstaande rijen direct onder elkaar te plaatsen valt bijvoorbeeld op dat het bij het derde en vierde plaatje gaat om twee symmetrische plaatjes: een Boeddha in een driehoek met een ronde zon / een paarse driehoek in een lichtere cirkel; opgespat bloed rechtsonder / opspattend water linksonder. In dit deel van Watchmen wordt opvallend vaak gewerkt met dergelijke symmetrie door middel van herhaling, in veel gevallen bij bladwisselingen. Deze herhalingen zijn niet alleen visueel, maar benadrukken de parallellen in het verhaal op een symbolische manier. Als lezer moet je erbij stilstaan, wil je de bedoeling ervan snappen. Zo verwijst de Boeddha door de herhaling naar het karakter van de eigenaar van het bedrijf dat wordt aangegeven met de paarse driehoek, en heeft zelfs een voorspellende functie in het plot. De titel van het deel, verwijzend naar een gedicht van William Blake over de beangstigende symmetrie van een tijger(kop), lijkt deze parallellen naar een soort mystieke hoogte te dragen en te zeggen dat het niet zomaar om toeval gaat – tegelijk dus een soort instructie aan de lezer!

Tot zover de puur visuele diepgang. Wordt nu de tekst betrokken bij dit visuele aspect, dan blijkt er nog meer gelaagdheid aanwezig te zijn. Vooral wanneer Alan Moore mensen laat kletsen over onbelangrijke zaken, moet je als lezer oplettend zijn, aangezien het dan vaak gaat om commentaar op het verhaal. De tekst op het derde plaatje – ‘That takes a whole different kind of inspiration’ – kan dan ook los van de scène gezien worden waarin het gezegd wordt, en gekoppeld worden aan de afbeelding van de eerder genoemde driehoeken. De regel wordt daarmee een soort voorspelling, net als de Boeddha, die wordt gekoppeld aan een ander belangrijk personage (de eigenaar van het bedrijf met het driehoekslogo).
Een nog duidelijker voorbeeld van dergelijk in het verhaal verwerkt commentaar zijn de gekrulde tekstkadertjes in de tweede rij. Het gaat om tekstkadertjes uit de strip die de zittende jongen aan het lezen is. Het verhaal dat hij leest is verspreid over het boek verwerkt en is in z’n geheel een parallel en commentaar op het verhaal waarin hij zelf zit. Bovendien komt de schrijver van die strip ook nog terug als personage.

De genoemde voorbeelden zijn nog maar een klein deel van de trucs die Alan Moore gebruikt om het geheel een grote literaire gelaagdheid en complexiteit te geven, die alleen in dit medium – de strip – mogelijk is. Andere trucs die meer betekenis en inhoud aan het verhaal geven, zijn bijvoorbeeld intertekstualiteit, terugkerende visuele details, en gebruik van overallkleuren. Buiten deze visueel-tekstuele en visueel-symbolische gegevens zijn er ook inhoudelijke aspecten die het werk interessant maken, zoals maatschappijkritiek, filosofische overdenkingen en verwijzingen naar actuele situaties. In het volgende en meteen laatste logje over Watchmen wordt hierop verder ingegaan.
Met name de aspecten die in deze blog zijn besproken zijn typerend voor de stroming die Alan Moore in de Amerikaanse stripwereld in gang heeft gezet, en die bijvoorbeeld terug te vinden zijn in de zogenaamde Vertigo-reeksen van DC Comics. Vaak zijn deze nog minder conservatief door bijvoorbeeld gebruik van meerdere tekenstijlen of het nog meer mixen van verschillende media. Maar ongetwijfeld moet de basis worden gezocht bij deze ‘vader van de volwassen Amerikaanse strips’: Watchmen.

Watchmen   door Alan Moore (illustrator: Dave Gibbons)

(DC Comics, 1986-1987)

(Lezen-kijken-luisteren, 2010)

Geen reacties mogelijk