We zijn mensen, slechts mensen

Illustratie: ‘Malmedy massacre’ – Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=199789

 

Het volgende stuk is mijn antwoord op aanslagen, in Parijs en elders, door IS of door anderen. En het is mijn antwoord op de antwoorden daarop.

Mijn eerste reactie: de ergernis

Vrijdag de dertiende. Het is weer zover, weer een dag ‘die alles zal veranderen’. En daar heb je het al direct, mijn eerste impulsieve reactie. Waarom word ik niet boos op of bang voor de IS, voor terroristen, zoals ‘normale’ mensen? Nee, mijn eerste reactie na dergelijke rampen die worden veroorzaakt door menselijk handelen, is irritatie. Ergernis aan mijn directe medemensen. Ik weet het, diep van binnen ben ik helemaal geen mensenmens. Ik heb ook een beetje grootheidswaanzin en ben cynisch:

‘Daar gaat de mensheid weer… denken dat zij en wij anders zijn, dat wij goed zijn en zij slecht, dat we met tegengeweld en symboliek de waanzin kunnen stoppen, dat deze dag wezenlijk anders is dan de andere. Hypocriete, gedrogeerde, burgerlijke bende. Waanzin maakt wezenlijk deel uit van ieder mens, maar we willen het alleen bij de ander zien, en verstoppen onszelf achter onze zogenaamde goedheid en beter-weten. En bovendien: het waait wel over. Zoiets als de IS is een uitwas dat logischerwijze nooit een lang leven is beschoren. Eerst nog wat andere aanslagen, bijvoorbeeld een in Amsterdam (dat zal dan wederom de dag worden vanaf wanneer ‘alles anders werd’ – overigens, de aanslagen buiten Europa zien we voor het gemak even niet), en dan een voortkwakkelende soort oorlog waar niemand baat bij heeft (oorlog zelf is eigenlijk ook niet meer dan symboliek), een oorlog waarin wraak en haat de plaats innemen van de aanvankelijk voorgenomen functionaliteit (namelijk het uitschakelen van de IS-kern), een oorlog die nevenoorlogjes veroorzaakt en veel dode kinderen. Het verzandt dan in vergetelheid en gewenning, zonder dat er wezenlijk iets is veranderd aan de mensheid en zijn dwaze maatschappij en ‘cultuur’. En dan zijn er natuurlijk de open deuren, de reacties… Ik heb het nu al zo vaak gezien.’

En uiteraard ben ik de enige die dit ziet en schaam ik me dat ik mens ben.

Mijn tweede reactie: het schuldgevoel

Direct na deze eerste reactie spreek ik mezelf vermanend toe. Man, wees niet zo cynisch! Bovendien, ben jijzelf dan gevrijwaard van hypocrisie? Moet ik niet geshockeerd zijn? Het gaat om gruwelijke daden. Denk eens aan de trauma’s bij de overlevenden en nabestaanden! En ben ik niet verplicht om mijn medeleven te tonen? En om te zeggen dat ik het ook erg vind? Hoe kan het dat ik me meer erger aan de mensen om me heen dan aan de IS?

Mijn derde reactie: de werveling

En dan komt het kijken naar de tv, het lezen van de krant, het luisteren naar de mensen om mij heen. Het is zoveel informatie. Zoveel meningen – sommige zijn open deuren en worden duizend keer herhaald, en met de meeste ervan ben ik het eens, soms ook als ze elkaar tegenspreken. En ook veel nuances en afwijkende meningen. Zoveel details ook: wie, wat, waar, hoe? En wat moet ik met die informatie? Dat in Syrië het brein was, dat in Brussel de voorbereiding plaatsvond en dat in Parijs de uitvoering plaatsvond. Dat een van de terroristen om het leven kwam omdat hij struikelde en zijn bom daardoor afging. Moet ik hier om lachen? Moet ik gruwen omdat het ook om een twintiger ging, dat de daders ooit mensen waren zoals jij en ik (en wanneer is iemand opeens anders)? Wat moet ik met de mening dat ‘het geen mensen maar beesten’ zijn (wij zijn allemaal dieren uiteraard), dat het ‘barbaren’ zijn (eh… wat, bestaan die nog?). Moet ik mij erkend voelen door de afwijkende meningen en gevoelens die overeenkomen met die van mij, zoals de mensen die zeggen (of toegeven?) dat angst en boosheid niet hun eerste reactie was, maar ergernis? Zo uniek ben ik dus blijkbaar ook niet. Over de simplistische extreemrechtse uitlatingen denk ik nauwelijks na – maar hoe komen sommige mensen zo naïef, kwaad en bang? Er zijn mooie gebaren en ideeën, maar kunnen we daar ook wat mee, zijn ze allemaal realistisch en goed doordacht? En dan alle hartverwarmende vredige zaken van meelevendheid, moslims en vluchtelingen die massaal zich uitspreken tegen de IS (maar is die Franse Facebook-vlag nou hypocriet? Moeten moslims zich verantwoorden voor iets waar ze niks mee te maken hebben – of hebben ze dat wel, op een bepaald vaag cultureel niveau?).

Het is een achtbaan, dat lezen, dat luisteren, dat kijken. De ene keer pink ik een traan weg van emotie (van vreugde omdat iemand iets liefs en positiefs inbrengt, van verdriet omdat er kinderen totaal verneukt worden, van hulpeloosheid omdat er zulke foute meningen en daden blijven komen), de andere keer deel ik van alles op Facebook, omdat ik ‘het ermee eens ben’, weer een andere keer heb ik er genoeg van en kijk, lees en luister even niet. De ene keer haat ik de mensheid, de andere keer heb ik de individuen lief en vergeef ik ze alles.

Mijn vierde reactie: conclusies

Ik geloof niet in ‘het kwaad’, ik geloof niet in ‘de dader’ – ik geloof in jammerlijke miscommunicaties, misconcepties en vreselijke omstandigheden die mensen dingen laten zeggen en doen en die er weer de oorzaak van zijn dat anderen ook pijnlijke dingen gaan zeggen en doen. Ik geloof in de mensheid als een naïeve en meelijwekkende massa, die zichzelf napraat en zich niet altijd realiseert wat ze eigenlijk doet. Ik geloof niet in oorlog, maar kan er tegelijkertijd niet omheen dat er iets moeten gebeuren. Ik geloof dat religie meer kwaad dan goed doet, al bedoelen gelovigen het goed. Op een hoger niveau denk ik: de wereld is een mechanisme, het loopt zoals het loopt – het is nu eenmaal de mensheid, en waanzin is er een deel van dat niet weg te nemen is. Op een wat lager niveau denk ik: ik ben een deel van deze waanzinnige mensheid; ik heb ook de waarheid en de oplossing niet, ik ben maar een mens. Op het laagste niveau denk ik: als handelende mens ben ik ergens toch verantwoordelijk. Wat denk ik dat er moet gebeuren voor zover ik daar iets zinnigs over kan zeggen? Wat kan ik zelf doen?

Wat te doen met IS? Geen idee, ik ben geen professionele strateeg, geen socioloog of anderszins expert met verstand van zaken. Het feit is dat er doden zijn, aanslagen zijn, extremisten zijn en dat er radicalisering is. Er is een open deur die steeds weer genoemd wordt: enerzijds IS uitschakelen, anderzijds radicalisering voorkomen. Klinkt leuk, maar geen idee hoe dat moet. Proberen IS ‘uit te schakelen’ brengt allerlei risico’s met zich mee (burgerdoden, wraakacties heen en weer, meer oorlogen…), maar we kunnen ook niet niks doen. Ik weet het gewoon echt niet. Sorry.

Wat te doen met de radicalisering? Ook daar heb ik geen verstand van. Schokkend vond ik wel een mening in de krant van een persoon die het een goed idee vond vluchtelingen in de opvangcentra ‘op te voeden’ met ‘onze normen en waarden’. Dit getuigt in elk geval van een totaal onbegrip van de situatie en de wereld. Bemoeienis van buitenaf werkt vaak averechts. Daar waar radicalisering plaatsvindt (ook radicalisering van extreem rechts), en ook daar waar bij ‘ons’ polarisering ontstaat, moet worden ingegrepen door de mensen die zich in hetzelfde sociale of culturele veld bevinden. Ingrijpen zonder begrijpen lijkt me een slecht idee.

Wat kunnen of moeten wij doen? In de open deur ‘angst is het grootste gevaar’ zit natuurlijk wat. Natuurlijk, IS ligt er niet wakker van, van al die waxinelichtjes en valse piano’s en klassen die toch hun schoolreisje naar Parijs laten doorgaan, maar het is ook niet bedoeld tegen de IS, het is bedoeld om polarisering en nog meer angst te voorkomen. Zeker een goede zaak. Maar, zegt de moralist in mij, let op wat je precies doet en zegt, loop niet te snel achter de massa aan, denk zelf na. Saamhorigheid zoals hier bedoeld, is een middel dat niet door het doel moet worden geheiligd. Dat klinkt misschien raar, maar een oppervlakkige ‘gelegenheidssaamhorigheid’ kan volgens mij ook gevaarlijk worden. Als mensen niet zelf nadenken is het voor een goede ‘volksmenner’ een koud kunstje de massa achter zich te krijgen en te gebruiken als pion. Dan willen we achteraf niet moeten zeggen dat we niet wisten wat er gebeurde. Massapsychologie is een vervelende en onopvallende adder onder het gras; immers, in ons allemaal schuilt hetzelfde ‘monster’ dat bij bijvoorbeeld een IS’er naar buiten komt. We zijn mensen, slechts mensen. Het is naïef te denken dat we de goedheid zelve zijn. Maar buiten dit alles blijft gelden: geef niet toe aan haat en angst. Wees aardig voor je naaste. Glimlach naar moslims. Glimlach naar moslims? Ja, noem het voor mijn part positieve discriminatie, maar dat is niet altijd slecht. Voor nu moeten we laten zien dat we ze goedgezind zijn, op zijn minst in de dagelijkse omgang. Ik ben zelf tegen religie, maar dat speelt zich af op een ander niveau dan de dagelijkse omgang. Groeperingen, zoals moslims, maar ook vluchtelingen en probleemjongeren in de steden, die nu al dan niet terecht worden gekoppeld aan de IS, moeten we nu juist even extra steunen – die hebben nu al genoeg narigheid te verduren. Maar hoe herkennen we iemand uit zo’n groep? Dat is natuurlijk niet altijd te zien! Glimlach dus maar gewoon naar iedereen. We zijn immers allemaal gewoon maar mensen.

Tot slot

Is alles goed als de IS is uitgeschakeld? Natuurlijk niet. In die eeuwigheid dat er mensen zijn, komt en gaat de waanzin van de mens, als de getijden. Op verschillende plekken op verschillende manieren. Het is naïef te denken in termen van ‘kwaad’, ‘goed’, ‘vijand’, ‘wij en zij’. De enige term die genoemd kan worden is ‘mensheid’ en daar behoren ik en jij ook toe, of we het willen of niet. Wij zijn net zo goed dieren, al denken we dat we anders zijn omdat wij kunnen nadenken. Maar het enige dat we daarmee hebben bereikt is het complexer maken van de wereld en het vernielen van onze leefomgeving. En net als dieren beschikken ook wij over zaken als empathie, liefde (of voor mijn part lust) en het normaal met elkaar omgaan. We beslissen niet over hoe we zijn, het leven overkomt ons. En ja, dan rest ons maar te genieten van de mooie dingen in het leven, proberen anderen gelukkig te maken, en verder te hopen dat ons een goed leven overkomt. En dan, in het graf, zijn we toch weer allemaal gelijk en is alles vergeten en vergeven.

“Two things are infinite: the universe and human stupidity; and I’m not sure about the universe.”

– Albert Einstein –

(Tekstbureau de Letterzetter, 2015)

Geen reacties mogelijk