Ze lopen gewoon met me mee…

Ze lopen gewoon met me mee...

Als kind hield ik ontzettend veel van prentenboeken – zelfs op de leeftijd dat de meeste andere kinderen die van lezen hielden zich bezighielden met Thea Beckman was ik stiekem nog steeds verliefd op die mooie plaatjes. De enige boeken met veel tekst die ik las waren Meester Pompelmoes van Hans Andreus en die fantastische uit het Engels vertaalde korte verhalen vol spoken, rare wezens en vreemde gebeurtenissen van een schrijver van wie ik helaas de naam niet meer weet.

Van al die prentenboeken waren er een paar echt favoriet. Eén daarvan was in elk geval Mag ik hem houden? (Can I keep him?) getekend en geschreven door Steven Kellogg. Het ging over een jongetje dat met allerlei al dan niet denkbeeldige dieren en wezens thuiskwam (een gewonde duif, een dinosaurus, een krokodil) en steeds aan zijn moeder vroeg: ‘mag ik hem houden?’. Het antwoord luidde steeds: ‘Nee, want.. [dan eet hij je vader op / dan stort het huis in / …]’. Ook het antwoord werd steevast uitgebeeld. Hilarisch voor een kind als ik. Het eindigde ermee dat het jongetje thuiskwam met een ander jongetje. ‘Mag ik hem houden?’ ‘Nee, je mag hem niet houden, maar je mag wel met hem spelen’. Dit prentenboek won een Zilveren Griffel in 1974.

Enkele dagen geleden kreeg Karel van bezoek een mooi cadeau. Een prentenboek over een jongetje met de naam Kareltje. Ik herkende de tekenstijl meteen: Steven Kellogg! Volgens de voorkant won dit boek in 1978 de Zilveren Griffel. Ze lopen met me mee… (originele titel: The boy who was followed home) is weliswaar geschreven door een andere auteur, het verhaal doet toch denken aan Mag ik hem houden? Een soortgelijk jongetje, dat van nijlpaarden houdt, wordt in dit boek achtervolgd door… precies: nijlpaarden. Waar ze vandaan komen weet hij niet, maar hij vindt het wel leuk. Zijn familie thuis vindt het minder: de nijlpaarden bezetten de goudvisvijver en lopen over grootvader verjaardagsfeestje heen. Ook dit keer mag het jongetje zijn dieren niet houden. Maar toch loopt het boek goed af – denk ik. De nijlpaarden moeten het veld ruimen, maar er is niks gezegd over dat giraffen niet mogen verschijnen… Het is een wat open einde voor volwassenen, maar het valt te raden hoe kinderen het zouden invullen (natuurlijk mogen de giraffen wel blijven – of anders dinosaurussen).

Het is fantastisch hoe zulke boeken de manier van denken van kinderen in ere houden. ‘Die rare volwassenen met hun regeltjes en wat wel en niet mag en kan… Ze zijn maar saai!’. Gelukkig zijn er kinderboekenschrijvers die zich kunnen inleven in kinderen. Voor mij als kind kon niks raar genoeg zijn. Dus boeken met levende standbeelden die naar de bioscoop gingen, snoskommers, een kind dat vlinders at – die waren bij mij heel wat welkomer dan verantwoorde historische of psychologische boeken (saai!).

Zoals Harry Jekkers het al zegt: ‘Raar is leuk, gewoon dat is zo saai.’ En dat raar ook een veilig gevoel kan geven – ja, dat is dan weer iets voor kinderpsychologen, volwassen kinderpsychologen.

Ze lopen gewoon met me mee…   door Margaret Mahy (illustraties door Steven Kellogg)

(vert. van L.M. Niskos, Lemniscaat, Rotterdam 2006; oorspr. Franklin Watts Inc. 1975)

(Lezen-kijken-luisteren, 2011)

Geen reacties mogelijk