Zomaar een leesclubbijeenkomst; of: method reading

pruimen

Foto: fir0002 | flagstaffotos.com. Canon 20D + Tamron 28-75mm f/2.8 – Own work, GFDL 1.2, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=592154

Wat waren we toch blij toen we van vriendin Marjan de volgende mail ontvingen: ‘Met genoegen kom ik vrijdag aanstaande uw stamhouder entertainen  en verzorgen, en uw huishouden een frisse impuls geven! Ik zal rond 10 uur arriveren in mijn voituur.’

Om half tien stond ze op de stoep. Snel stonden we op uit bed, gooiden haar ons kind toe en begaven ons naar de hermetisch van de wereld afgesloten studeerkamer. Terwijl wij ons bezighielden met achterop geraakt werk, veranderde de vriendin in een soort Mary Poppins, die al poetsend, tuinierend, inkopend en kokend ons kind lachend onderhield. Een waar wonder. Ons huis had er nog nooit zo schoon uitgezien, ons kind nooit zo vrolijk.

Na het avondeten ging ze ervandoor. We smeekten nog of we haar niet als nanny konden aankopen, maar ze was onverbiddelijk. ‘Overmorgen zie ik jullie wel weer, op de leesclub. En zorg er wel voor dat het boek uit is!’ Na die woorden pakte ze een bezem en vloog weg.

Helaas, ja, we moesten ons boek van Dimetrie nog uitlezen: De helaasheid der dingen. Maar als je zo’n boek leest, word je er al snel door aangestoken. Het was dan ook duidelijk op de bijeenkomst welke leden aan method reading hadden gedaan. Terwijl Mary Poppins en haar eega bezig waren met het opdienen van de lunch, hielden de ware proleten zich bezig met een potje voetbal, waarbij de tuin van de gastvrouwen werd omgeploegd en het meegebrachte kind (ja, dat van ons) de stoepjes belegde met koekjes en andere lekkernijen. Daarna werd de alcohol geledigd als ware het limonade en hieven de mannen van de leesclub (en Paulien) het pruimenlied aan. ‘Maar wat vinden jullie er nou aan, aan dat boek!’ probeerde de eega nog, maar er werd niet naar haar geluisterd. De proleten onder ons begonnen de meubels over te gooien (de bank ging door het raam), en er werden geheimen onthuld, waaruit bleek dat de leesclubkinderen meer aan elkaar verwant waren dan gedacht. Enkelen verlieten scheldend en huilend het huis, terwijl anderen in comateuze staat op de overgebleven meubels lagen uitgespreid, te midden van fritzakken en glasscherven. Ja, je moet zo’n leesclubbijeenkomst wel in stijl doen.

De ochtend erna werd ik min of meer wakker in de achtertuin van een mij onbekend café te Nijmegen. Ik had er een kater bij, en een kind. Toen ik wilde pinnen voor een ontbijt in de Febo, bleek ik platzak. Naar huis durfde ik niet meer. Daar stonden vast deurwaarders en alimentatie-inners mij op te wachten. ‘God schiep de dag, en wij slepen ons erdoorheen,’ mompelde ik nog wat literair, stond op en ging toch maar naar huis.

Al met al weer een geslaagde leesclubbijeenkomst. Volgende keer bespreken we 1984. Ik denk dat ik mijn grote broer dan meeneem, om toe te kijken.

(De webspinner, 2013)

Geen reacties mogelijk