Zomerhuis met zwembad

Zomerhuis met zwembad

Zoals ik al weleens eerder heb geschreven, ben ik over het algemeen geen grote fan van Nederlandse literatuur. Wellicht is mijn recensie over Omega minor een goed voorbeeld van hoe ik de standaard Nederlandstalige literatuur ervaar. Hoewel Zomerhuis met zwembad niet mijn lievelingsboek zal worden, zijn er toch een aantal elementen waarvan ik heb ‘genoten’ als lezer.

Het boek gaat over een huisarts, Marc Schlosser, die voor het medisch tuchtcollege moet verschijnen. Het eerste gedeelte van het boek wordt vooral gevormd door een monoloog van de huisarts die op een neerbuigende manier naar allerlei ‘patiënten’ kijkt. Dit deel is vooral goed leesbaar door de sarcastische, zwarte humor – en daar houd ik zelf wel van. Inhoudelijk leert de lezer vooral de niet per se sympathieke maar ergens ook realistische hoofdpersoon kennen en gaat het over vreemdgaan en de botte geilheid van mannen.
Het tweede gedeelte bestaat uit het ‘gerommel van onweer’. Het begint heel expliciet bij hoofdstuk 25: ‘Soms spoel je je leven terug, om te kijken op welk punt het nog een andere richting had kunnen nemen. Maar soms valt er helemaal niks terug te spoelen’. Aan het einde van hoofdstuk 28 vindt ‘de ramp’ plaats. En met hoofdstuk 29 begint dan ook het derde gedeelte: ontkennen, inzien en berusten. Inhoudelijk gaat het tweede en derde deel steeds meer over hoe de huisarts als vader de gebeurtenissen van zijn dochter ervaart en hoe hij ermee omgaat. Het boek is opeens niet meer zo grappig, maar bittere ernst – een drama.

Marc Schlosser is wat Koch een ‘lichte psychopaat’ zou noemen, maar vooral een realistische en dus niet geheel sympathieke man. In die zin moest ik denken aan de vader in Tirza van Arnon Grunberg. In een interview uit 1995 voor Vrij Nederland zegt Koch: ‘Van de jonge schrijvers vind ik Arnon Grunberg een goed voorbeeld van hoe het ook kan. Eindelijk iemand die helemaal zichzelf is.’ Enige invloed van Grunbergs stijl is dus niet helemaal uitgesloten. Toch is er één heel groot verschil met de vader in Tirza. De vader van Tirza bewerkstelligt met zijn extreme, beschermende vaderschap de ondergang van zijn dochter. Marc Schlosser bewerkstelligt met zijn ook wat wereldvreemde doch beschermende vaderschap juist de ondergang van de (volgens hem) schuldige, en zo de ‘redding’ van zijn dochter.

Koch maakt er geen geheim van dat hij walgt van de ‘sympathieke’ personages in de literatuur die ‘lijden onder het leven’ – volgens hem moet de literatuur geen sociale werkplaats zijn die politiek correct en vaak juist helemaal niet realistisch is.
De kunstmatige sympathieke hoofdpersoon verdwijnt volgens mij echter steeds meer uit de Nederlandstalige literatuur, en Koch zelf is niet heel duidelijk in zijn eigen ‘politieke correctheid’ dan wel eerlijkheid. Over het thema ‘vreemdgaan’ in Zomerhuis met zwembad zegt hij (in een interview in de Margriet): ‘Ik kan mij voorstellen dat als ik een minder leuke vrouw zou hebben dan Amalia, ik net zo had kunnen worden als Marc. Het zit ook in mij, ik houd mij er alleen minder mee bezig. Het is allemaal gedoe. Maar als ik op een feestje sta en ik heb drie, vier biertjes op, ben ik ook niet te onderscheiden van de niet getrouwde mannen. In mijn fantasie althans.’ Het lijkt alsof hij tegelijkertijd wil beamen dat Marc Schlosser realistisch is aan de hand van zijn eigen gevoel, maar dekt zich tegelijkertijd ook ‘politiek correct’ in. Het was wellicht wat sierlijker geweest als hij zijn eigen persoon buiten beschouwing had gelaten wat betreft de psychologische kwesties in zijn boeken.

Koch maakt er ook geen geheim van dat hij in het schrijven van zijn oeuvre vooral zoekt naar het juiste ritme en de juiste opbouw van zijn werk, en dat hij dat steeds meer denkt te vinden. Daarmee ben ik het helemaal eens.
Zomerhuis met zwembad bestaat uit vele korte hoofdstukjes en is vlot geschreven. De afwisseling van (sarcastische) overdenkingen en actie is goed in balans, waardoor je blijft lezen. Daarbij zet Koch de lezer steeds op het verkeerde been door mogelijke intriges en vooruitwijzingen. Het moment waarop ze hun betekenis krijgen, wordt echter steeds voorafgegaan door nieuwe intriges en vooruitwijzingen. Hierdoor leest het boek min of meer ook als een detective. Steeds wanneer de lezer denkt te weten hoe het zit, komt er een twist in het verhaal, blijkt het anders te lopen.
Op macroniveau – en dat vind ik misschien nog wel het beste van het boek – komen het spelen met verwachtingen, stijl en ritme allemaal samen. Had het boek drie delen gekend, dan zouden deze titels kunnen hebben als: 1. Soms moet je erin – met de hele hand / 2. Het zomerhuis / 3. Julia. De drie delen kenmerken zich, zoals ik al zei vooral in stijl: 1. sarcastische humor; 2. donderen in de verte; 3. drama. Gelukkig heeft Koch dit niet gedaan: een lezer die een boek ziet dat uit één stroom hoofdstukjes bestaat, verwacht zulke inhoudelijke en stilistische breuken niet. En zo zet Koch ons op het verkeerde been: de lezer weet niet wat het overkomt als opeens het wiegende proza neervalt in een put van ernst. Het is opeens allemaal niet meer zo grappig.

Zomerhuis met zwembad          door Herman Koch

(Anthos, Amsterdam, 2011)

(Lezen-kijken-luisteren, 2012)

Geen reacties mogelijk