Zomerse overpeinzingen

hydra

Foto: Flatters & Co – Oorspronkelijke bron: Marvels of the universe. A popular work on the marvels of the heavens, the earth, plant life, animal life, the mighty deep (Lord Avebury) https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=8263409

Het is zomer – het is heet en droog. In mijn ligstoel lig ik na te denken over vroeger en over het leven. (Ja, op zo’n zomerdag voel je je soms oud.) Op vergelijkbare dagen hurkte ik als kind in de tuin om alle mogelijke insecten en andere beestjes gade te slaan. De vogels zijn op zulke dagen weinig actief en stil – sprinkhanen en ander klein grut staan echter op vol volume en er wordt wat afgerend en -gelopen. Het weinige water op zulke droge dagen is vaak groen van het alg en zwart van de muggenlarven. Mijn biologenouders leerden mij dat er ook meer in zulk water zat dan het blote oog zag, en ik was dan ook al snel als kind in de weer met de microscoop.

Ik had twee favorieten: raderdiertjes en de hydra’s (die ik met wat geluk ook vond). Raderdiertjes zijn net kleine brommertjes. Op hete dagen racen ze rond alsof ze zich op de TT Assen bevinden (al volgen ze niet bepaald een parcours). Bekijk maar eens een filmpje van rondracende raderdieren op www.alinweb.com/video. Het is eens wat anders dan de slome pantoffeldiertjes en de rondvloeiende amoeben. Het zijn een soort Italianen op scooters – ze houden dan ook van hitte – ze verdragen zelfs een temperatuur van 270 graden! Toegegeven, hun motor staat dan uit, en na vijf minuten zijn ze het beu. Bij droogte gaan ze overigens over tot een schijndood en staat hun motor dus ook uit.

Mijn andere favoriet, de zoetwaterpoliep (hydra), is daarentegen een sierlijk diertje, mooi frisgroen met wuivende tentakeltjes. Anders dan veel raderdiertjes leven ze alleen in schoon water. Volgens mij houden ze ook niet van hitte en droogte. Bekend onder biologen die zich met deze diertjes bezighouden, is hun theoretische eeuwige jeugd. Anders dan andere dieren kennen ze geen echte celveroudering. Uiteraard kunnen ze wel gewoon door andere roofdiertjes worden gegeten, en dan is het ook voor de hydra einde verhaal.

Toch mooi om in zo’n klein oersoepje in de tuin zowel zinderende levensenergie als serene, eeuwige jeugd tegen te komen. Als kind dacht ik er niet op die manier aan, en nu eigenlijk alleen op mijn luie ligstoel, in die droge hitte. En waar hoor ik bij? Bij de serene hydra’s of bij de rondracende raderdiertjes? Ik zie mezelf dan toch meer als de alg in die regenton – een beetje rondzweven, genieten van al het leven dat door je heen zwemt en dan worden opgegeten door dat leven.

(Het Schrijvertje, 2013-3)

Geen reacties mogelijk